Schiedam, stad
wat wordt er
in wording, of;
van Schiedam?
Beelden die vleugels geven
aan onze fantasie
Verlichting Horvathweg en
Van Haarenlaan redelij1
S'dam 1?
DE HAVENLOODS DONDERDAG 2 JANUARI 1969
li
Naar aanleiding
de verlichting vai
Van Haarenlaan
IS SCHIEDAM BEZIG een „pro
bleem-stad" te worden? Wie de
beschouwingen en rapporten orr.
trent de toekomstige ontwikkeling
van Schiedam leest, heeft er moei
te mee om zich een duidelijk beelc
te vormen van de plaats die Schie
dam straks in het Rijnmondgebied
moet gaan innemen. De discussies
tijdens de jongste begrotingsbe
handeling in de gemeenteraad had
den op sommige punten wel iets
van een Babylonische spraakver
warring inzake de opbouw var.
het nieuwe Schiedam en ook van
een- dualistisch standpunt. Wat
wordt de taak en de plaats van
Schiedam, gedrongen tusser^,groot-
Rotterdam enerzijds en een zich
in winkelstand snel ontwikkelend
Vlaardingen? Wel lonkt men in
Schiedam naar het toekomstige
recreatiegebied Midden-Delfland
in de hoop, dat mede daardoor de
aantrekkelijkheid als woonstad zal
worden bevorderd. Het is beslist
geen duidelijk beeld dat van
„Schiedam-straks" kan worden
verkregen, ondanks structuurplan,
ondanks de overigens wel zeer
vage gedachten hoe het moet
met de sanering maar vooral, met
de herbouw van de binnenstad.
Tijdens de jongste begrotingsbe-
handeling was het met.name de heer
Houtman die op zeer voorzichtige
wijze de aandacht vestigde op de
geringe mogelijkheden tot net bou
wen van woningen voor, wat men
pleegt te noemen, „beter gesitueer
den". üi, zoals de heer Houtman aat
omschreef: „De keuze van vesti
gingsplaats van een nieuw bedrijf
wordt mede beïnvloed door het oor
deel van de directeursvrouw t.a.v.
haar nieuwe huis, woonstad en omge
ving. De welvaart in Schiedam in de
nabije toekomst kan ook weieens af
hankelijk blijken te zijn van de om
standigheid, of nu wel voldoende
ruimte wordt gereserveerd voor villa-
bouw".
Nu zou men aan deze opmerkingen
kunnen voorbij gaan en in feite is er
van de zijde van de college-tafel om
trent deze -kwestie heel weinig ge
zegd, doch niettemin „zit" Schiedam
toch wel ergens met dit vraagstuk.
Erg veel mogelijkheden geven de
segmenten Woudhoek en Spaland al
niet meer, hoewel in een bepaald ge
bied, min of meer achter het oude
Kethel, ruimte voor laagbouw is ge-
laten. Doch met Midden-Delfland ,',in
het achterhoofd", zijn er juist in dit
jongste stadsdeel van Schiedam mo-
gelij-kheden aanwezig om er een aan
trekkelijk. woongebied van te maken,
waar het goed wonen zal zijn buiten
Industriestad
het zakencentrum, zoals in het alge-
meeh de binnenstad Wordt aangeduid.
Doch dan vallen hier meteen op de
woorden die burgemeester Roelfse-
ma sprak in de begrotingsvergade
ring-: „Schiedam is in hoofdzaak een
industriestad. Alle overige sectoren
van het bedrijfsleven komen hierna".
Ook door deze woorden komt op
nieuw de gedachte naar voren, dat
Schiedam toch wel een probleem-stad
is. We herinneren ons, dat bij de in
troductie van het structuurplan en
ook bij andere gelegenheid er in ster
ke mate de nadruk op werd gelegd,
dat Schiedam mogelijkheden bezit tot.
vestigen van kantoren; het zou zo n
,,witte-boorden-stad" kunnen worden.
Nu Valt blijkens de uitspraak van
de burgemeester plots weer de nadruk
op de industrievestiging. Doch daar
mee rn strijd is dan weer de ontwik
kelingsgang van de laatste jaren.
De burgemeester moest ook erken
nen, dat heel wat industrieën Schie
dam om allerlei redenen hebben ver
laten, 1500 arbeidsplaatsen ontrui
mend. Die 1500 zijn in andere bedrij
ven wel weer bezet, doch dat is het
punt niet. Het gaat erom dat er een
niet onbelangrijke migratie van be
drijven heeft plaatsgevonden.
Daar komt bij, dat Schiedam zowel
voor de woningbouw als voor de in
dustrie, binnen enkele jaren het bord
je „uitverkocht" kan ophangen. Er is
voor een uitgifte op korte termijn on
geveer vier ha. beschikbaar en dan
resteren nog enkele tientallen hecta-
HeUTs'*wêl aardig fe vermelden, dat
bij een huidige wooMfuimbebezetting
van 3 28 .personen per woning, dit
voor de toekomst is gesteld op 3,2
personen per woning. Hetgeen niet
behoeft te betekenen, dat de toe
komstige bewoners het benauwder
zullen *Hjgen in hun woning, omdat
op een veel economischer en moder
ner wijze de woonruimte zal zijn ver
deeld en 'ingericht. Doch dit slechts
als opmerking terloops. De vraag
blijft nog steeds bestaan: „Schiedam,
waarheen?" In het scala van moge
lijkheden, dient een keus' gemaakt.
Het structuurplan geeft ook al geen
duidelijk antwoord op deze vraag.
Kantoren
Wel wordt ruime aandacht besteed
aan de mogelijkheden tot vestigen
van kantoren, welke in het stede
bouwkundig geheel voor het centrum
een, belangrijk element vormen, het
geen ook reeds leidde tot een onder
zoek naar de in dat opzicht te ver
wachten groei. Geschat wordt, dat in
1985 behoefte zal zijn aan minstens
65.000 m2 vloeroppervlak, de behoef
te na dat jaar is «iet ten naastebij.
te kwantificeren. Thans is 17.000 m2
in gebruik. De kantoorvestiging
steunt vooral op ile omstandigheid,
dat veel Rotterdamse industrieën en
instgllingéji /daar Zódanig „in de
knoop" komen tè zitten, dat Schie-
i voor het administratieve werk
een uitwijkmogelijkheid zou kunnen
geven, waarvoor echter goede ver
bindingen met Rotterdam een voor
waarde zullen zijn. In dit verband
dient hqg te worden opgemerkt, dat
vanwege de regering een dergelijke
tendens wordt gestimuleerd.
Het structuurplan merkt inzake de
gronduitgifte slechts op: „Legt men
verband tussen de toename van ar
beidskrachten en de beschikbare,
resp. te bestemmen gebieden voor
werkgelegenheid, dan wijst dil op de
noodzaak het gronduitgifte-beleid te
richten op arbeidsintensieve bedrij
ven met een zo hoog mogelijk inkom
stenniveau per werknemer". Er is
ook in- de jongste raadsvergadering
gewezen op het feit, dat het gemid
deld inkomen in Schiedam aan de la
ge kant -is, waarop ook een ETI-rap-
port reeds wees. Wil Schiedam in de
toekomst niet de plaats onderaan de
ze loonladder blijven bezetten, dan
I zal een duidelijk en weloverwogen
beleid moeten worden gevoerd met
de „schamele" resten grond welke we
nog bezitten, doch ook met de ont
wikkeling van de binnenstad.
Het is beslist geen eenvoudige op
gave en ook de heer Houtman gaf
te kennen, dat onze bouwgronden
schaars en kostbaar zijn en dat hij
niet zit te springen, om Schiedam in
de kortst mogelijke tijd af te bou
wen. Het gaat er om, of Schiedam als
stad met een'aan de grens van het
minimum levende bevolking in de
toekomst langzaam „dood" zal gaan.
dan wel de volle toon zal meespelen
in het orkest van het zich ontwikke
lend Waterweggebied, met of zonder
de gevaren van lucht- en andere ver
ontreiniging. Ook daarom vormt de
ontwikkeling van de Schiedamse bin
nenstad op zichzelf 40'n enorm groot
probleem.
De wens is de vader
1 klachten over
1 de Burgemeester
1 Horvathweg ver-
Kiaren en w. van Schiedam dat
deze redelijk goed is te noemen.
Naar de mening van B. en W. is de
verlichting van beide wegen redelijk
goed te noemen. Zij is in overleg
niet de Nederlandse Stichting voor
Vrrlirhlingskunde aangelegd. Afwis
selend lichte en donkere plekken op
de Horvathweg kunnen wel voorko
men na 24 uur. omdat dan om be
grijpelijke redenen de helft van de
verlichting is uitgeschakeld. He ver
lichting van de Burgemeester Van
Haarenlaan blijft de gehele nacht
branden.
De verlichting van dëze laan bp-
hoorde eertijds tot de moderne ver
lichtingen. Tijdens de reconstructie
is aan de verlichting niet veel-veran
derd, hoewel de klinkerbestrating
vervangen is door asfalt en verbre
ding van de weg hef achteruitplaatsen
van de lichtmasten noodzakelijk
maakte. Dit wettigde een algehele
vernieuwing van de verlichting, waar
echter van af is gezien in verband
met de bestedingsbeperking. Wel is
incidenteel overgegaan tot het bij
plaatsen van enige lichtmasten, zodat
een o.i. aanvaardbare verlichting
werd verkregen.
Sindsdien heeft de technologische
ontwikkeling ook niet stilgestaan.
Nieuwe armaturen en lampen zijn
ontwikkeld, nieuwe lichtmasten wor
den toegepast. Het gevolg is dat een
i^rgelijking met deze modernste en
nieuwste verlicbtingswijze altijd in
het nadeel van de oudere moet uit
vallen, zoals bijv. blijkt uit een ver
gelijking van de Burgemëester Van
Niet zelf knutselen
niet jras en eleetra
Er i
de
begrotingscommissie
geïnformeerd of er een methode is te
vinden, waardoor periodiek de leidin
gen voor gas en elektriciteit in de
woningen gecontroleerd kunnen wor
den. B. en W. van Schiedam zeggen,
dat indien het de bedoeling is de hui
zen veiliger te maken en te houden
het de beste methode is de mensen
reeds van kindsbeen af bij te brengen,
dat zij zonder vakkennis niet zelf aan
de installatie moeten knoeien; dat
zij, bij.een geconstateerd defect, hun
eigen installatiur of bij diens afwe
zigheid de Technische Bedrijven moe
ten waarschuwen en wel zo spoedig
mogelijk.
Theoretisch zou het mogelijk zijn
elk jaar of elk halfjaar dc woningen
te laten inspecteren door de Techni
sche Bedrijven. Dit zal veel exira
personeel en geld vorderen en daar
door is dit nimmer door de Techni
sche Bedrijven gedaan. Wèl wordt el
ke installatie na wijziging gekeurd,
maar dan moet zo'n wijziging wel
aan het bedrijf zijn doorgegeven. De
verplichting hiertoe en sancties hier
op, bestaan.
Mogelijk dat de mededelingen in de
raadsvergadering met betrekking tdt
de vestiging van enkele groot-winkel-
magazijnen, zijn ontsproten uit het.
verlangen een dergelijke mededeling
te doen en dat ook de betrokken di
recties er toch wel een stukje recla
me in zagen. En misschien is er ook
een gedachte op de achtergrond, om
dè Schiedamse middenstand hierdoor,
tot grotere activiteiten aan te zetten'
bij de vorming vaji het nieuwe cen
trum.
Want dat de grote winkelmagazij
nen op zo korte afstand van hun ne-
derzettingen in Rotterdam en Vlaar
dingen er behoefte aan zullen hebben
ook in Schiedam filialen te stichten,
lijkt ons toch wel twijfelachtig. Maar
goed, daarom niet getreurd, de kan
sen voor de kleinere middenstand lig
gen er des te beter door!
Of Schiedam het allemaal op be
trekkelijk korte termijn zal halen,
blijft een open vraag en zeker zolang
er nog zoveel twijfelpunten zijn om
trent de ontwikkeling binnen enkele
decennia. Een op de lange baan
schuiven en verlengen van de be
staande onzekerheid, maakt het pro
bleem voor Schiedam er alleen maar
groter op. Daar zijn er teveel, die er
belang bij hebben te weten, waar we
aan toe zijn en welke richting zal
worden gekozen en wat er van Schie
dam in de toekomst zal worden.
LÉO 't HART
Receptie padvinderij
Volgens de traditie zal de Schiedanj-
se padvindersbeweging op zaterdag 4
januari een receptie houden waar al
len die belangstellen in het padvin
ders (sters)-werk elkaar kunnen ont
moeten. Ditmaal vindt deze bijeen
komst plaats in het welpenlokaal aan
de Tuinlaan 76, inrijlaan fa. Jakobs.
Het nieuwe vlaggeschip van de
Schiedamse waterscouts heeft tot
naam ontvangen: „Alewijn de Groot"
naar de mar., die zoveel jaren op ver
schillend gebied de Scfijedarnse pad
vindersbeweging tot steun is geweest.
Tijdens de receptie bestaat gelegen-
<heid dit schip te bezoeken.
Tussen drie en vijf Uur- is er kof-
In het laatste „Kruisverhoor" voor
de televisie kwam een probleem aan
de orde, dat goed past bij dit tijdsbe
stek van het jaar. Het trio van
buiten-het-kerkelijk-geloof-geraakte
jongeren stelde aan professor Berk
hof de vraag: Behoort het slot van
de christelijke geloofsbelijdenis: „ik
geloof de wederopstanding van het
vlees en het eeuwig^even" voor u tot
het wezenlijke van uw eigen geloof
Prof. Berkhof aarzelde even met
zijn antwoord. Reeds in zijn boek
„Gegronde Verwachting" stelde hij
immers de vraag, of die uitdrukking
„de wederopstanding des vleses" wel
goed is. Paulus zegt juist, dat vlees
en bloed het koninkrijk van God niet
beërven. Ons „vlees" in dë zin van
ons vergankelijke en tegelijk schul
dige bestaan werpen we in de grote
toekomst juist af. Dat geldt ook van
onze huidige lichamelijkheid. Die is
immers geen vaststaan* iets. maar
een proces van afbraak en opbouw,
met de tendens naar verkalking en
veroudering (de verkalking begint
reeds op het moment van de geboor
te en in elke stofwisseling wórdt de
matérie van ons lichaam in alle deel
tjes anders dan daarvoor). Het
lichaam verteert'na de dood en wordt
weer opgenomen in - de grote kring
loop der natuur.
Opstanding betekent dan ook radi
cale vernieuwing. Maar het is niet
iets totaal nieuws. We belijden: ik
sta óp als een totaal vernieuwd mens.
Maar ook: ik sta op als dezelfde- De
heerlijkheid van de verwachting ligt
daarin, dat we beide met evenveel
nadruk zeggen. De woorden „weder
opstanding des vleses" willen vooral
het laatste zeggen: dat ik het ben
die opsta, dat „dit sterfelijke onster
felijkheid aandoet". Die bedoeling
moeten we bijvallen, al blijven we
zeggen, dat de uitdrukking misver
stand oproept. En wat dat „ik" Is,
dat door crisis en vernieuwing heen
bestaat, daarover zullen we niet spe
culeren. De opgestane Jezus staat
borg voor onze identiteit; dat is ge
noeg. Om en in Hem belijden wij de
wederopstanding van ons mensen.
Een tweede reden, waarom prof.
Berkhof met zijn antwoord aarzelde,
is deze: in de loop der eeuwen is de
ze christelijke verwachting heel vaak
versmald tot een hoop op individuele
onsterfelijkheid in de hemel. Terwijl
in de bijbel de verwachting van per
soonlijkheid helemaal ingebed is in
zeer wijde verbanden, waarin de he
le mensheid, ja de hele kosmos is
begrepen.
Allemaal er bij
Direct werd prof. Berkhof heel
persoonlijk onder vuur genomen:
„Vindt u het eigenlijk wel belang
rijk, 'van de grote toekomst zelf ook
getuige te zijn?" Zeer adrem kaatste
hij echter de bal terug: Het is hele
maal niet belangrijk, of ik dat be
langrijk vind. Ons persoonlijk levens
gevoel kan in deze dingen heel sterk
verschillen. In het marxisme en com
munisme b.v. doet het persoonlijk ge
luk er heel weinig toe. Lenin zei te
gen zijn bolsjewisten: „Wij zijn mest
op de velden der toekomst". In het
boeddhisme is daarentegen geen ver
wachting voor de wereld. Alleen
maar voor de enkele ziel, die tenslot
te, na vele reïncarnaties, kan ver
smelten in het Niets, dat tegelijk hel
goddelijk Al is. Maar of wij het be
langrijk vinden of niet, God vindt het
belangrijk, dat straks wij allemaal
erbij zijn. Hij heeft nu eeTimaal be
sloten, er nooit meer zonder ons te
willen zijn.
Direct daarop komt de vraag, hoe
je je deze toekomst moet denken.
Eén van de jongeren was erg bang,
hierover te stellig te spreken. Want
dan wordt de hele zaak vfestgelegd
en dus in zekere zin ook lamgelegd.
Prof. Berkhof antwoordde, dat de bij
bel alleen maar met ronde woorden
zegt, dat we dwars door de dood
heen „met Christus" zullen zijn, dus
met Hem verkeren zullen in de te
genwoordigheid van God. Verder zijn
er alleen maar beelden. De bekende
beelden b.v. in „Openbaringen" (het
laatste bijbelboek) van de komende
Godstad, die tegelijk helemaal de
stad def mensen is, metropool en pa
radijs in wonderbare harmonie ver
enigd. Deze beelden sluiten ons den
ken niet af. Integendeel, ze bevleu-
gelen onze fantasie, ze bevruchten
onze gedachten.
Toch bleef bij de jongeren de vrees
bestaan, dat de bijbelse toekomst
verwachting te statisch is. Zoiets van
een knal, boem, en dan is opeens al
les voor eeuwig in de gloria. Zij ga
ven de voorkeur aan een dynamische
ontwikkeling, waarin de betere toe
komst in de weg van geleidelijke
vooruitgang wordt bereikt.
Prof. Berkhof zegt dan, dat als het
werkelijk een nieuwe toekomst is, we
die zeker niet zo maar kunnen bin
nenwandelen. Zonde en dood zullen
toch moeten worden weggedaan.
Het meisje stuift op. Ze wil van
dat spreken over zonde en dood niet
weten. Een van de jongens zegt te
gen haar: „En Vietnam dan? En
Biafra? En het hele vervloekt beken
de rijtje. Dat mag toch straks niet
meer kunnen. En daar kunnen wij
zo bitter weinig aan doen. En toch
ben je ervoor medeverantwoorde
lijk".'
Berkhof stelt ook, dat men de zaak
vooral niet biologisch moet zien. Het
gaat om eèn geschiedenis, die God
met ons mensen aan het maken is,
waarin zich geweldige spanningen,
'conflicten en zelfs catastrofen kun
nen voordoen. En ook binnen het
raam van de grote toekomst zelf mo
gen we hopen; dat God nog. heel wat
problemen voor ons op te lossen
heeft.
Het meisje laat het woord „prena
taal" vallen. Daarop haakt prof.
Berkhof meteen in: „Ja, precies, we
zijn nu in het prenatale stadium. Al
moeten we wel kiezen of we aan het
proces van de nieuwe geboorte zul
len meedoen of niet. Paulus zegt im
mers: „Want wij weten dat tot nu
toe de ganse schepping in al haar de
len zucht en in barensnood is. Want
met reikhalzend verlangen wacht de
schepping op het openbaar worden
der zonen Gods".
De grote toekomst is niet exclusief
voor christenen. Het gaat om de gan
se schepping. Echte christenen zijn
„in zekere zin eerstelingen onder
Gods schepselen". Dat is hun onbe
grijpelijk voorrecht. Maar ook hun
ontzaglijke verantwoordelijkheid.
Eén van de jongeren vindt dit al
les veel te optimistisch. Hij heeft
veel meer het idee, dat de kring van
je werken voor een betere wereld al
kleiner wordt naarmate je ouder
wordt en wijzer. Er breekt steeds
meer onder je handen af. Als je je
dan maar intensiever gaat wijden
aan het weinige, dat je persoonlijk
kunt doen. „A sadder and a wiser
Prof. Berkhof vindt dit veel te pes
simistisch. We mogen immers ons
eigen kleine leven zien in de gestalte
van Jezus, in wie onze eigen toe
komst al helemaal is begonnen. Bij
ons mensen ontspringt de hoop op
Haarenlaan met. de pas' gereedgekf-
men Rijksweg 20. Daar staat tegen-,
over, dat- de snelheden op de Rijks-'
weg ook veel groter zijn dan op de
Burgemeester Van Haarenlaan, zodat,
het ons voorkomt dat de verlichting^
van deze laatste nog steeds aan
vaardbaar is.
Verkeerslichten hebben de- taaK
verkeersregelend op te treden, waar
bij de verkeersregels onverminderd,
van kracht blijven. Afbuigend ver
keer dient voorrang te geven aart
overstekende voetgarfgers. De situa
tie dat overstekende voetgangers;
soms worden gehinderd door af-'
slaand verkeer wordt veroorzaakt
door verkeersovertreders en niet doof'
het verkeerslichte'nsysteem. In feite'
is deze categorie weggebruikers te'
vergelijken met de door-roodlichttrij-
ders en geen-voorrang-verleners en/..
Het voorkomen c.q. verminderen van
het geschetste euvel zal de doorstro^
ming van het rijverkeer ongunstig be-
invloeden.
Jaarvergadering
oud-strijders
De afdeling Schiedam van de
Nederlandse Bond van oud-strijder^
en dragers van het Mobilisatiekruis,
zal dinsdag 7 januari de jaarvergade
ring houden in de Amstelbron. Als
bestuursleden zijn aftredend en her
kiesbaar de heren Ëakkes en De J'ir,
ger. Voorgesteld wordt in de ballota
gecommissie te benoemen de hererv
H. Boer. P. Drenth en B. Kuiper?
Voorgesteld wordt de heer G. Ros-i
man opnieuw te benoemen tot voor
zitter.
Mij. voor plantkunde
adert in „Jrene'V
vert
Woensdagavond 15 januari houdt
de afdeling Schiedam van de Ned. Mij:
voor Tuinbouw en Plantkunde dè,
jaarvergadering in gebouw Irene,
Na afhandeling van de huishoudelij
ke zaken, zal de heer De Bruin eqri
causerie houden over het verzorgen
van kamerplanten Op 21 februari"
spreekt mevrouw Caspare, voorma
lig directrice van de tuinbouwschool
voor meisjes „Huis te Lande" te-
Rijswijk over plantengroei en vepy
zorging.
OOMITé KËRK IN BEWEGING-,
Het comité Kerk in Beweging belegt
iedere le en 3e vrijdag van de maand
„Samenkomsten voor belangsteller-
den" in de benedenzaal van de Ad
ventkerk aan de Abtsweg te Over*
schie. Vrijdag 3 januari spreekt d^f,
ds. H. Toorman. chr. geref. legerpre-
dikant uit Den Haag.
Als U de prijzen van tapijt
maar een beetje kent, weet U
dat deze aanbieding een ritje
naar de stad waard is.
Wij verkopen een zware kwali
teit kamerbreed nylon tapijt
van een bekend merk (waarvan
wij de naam niet mogen- noe
men).
Omdat er kleine schoonheids
foutjes in zitten,betaalt U voor
dit tapijt, dat liefst 390 cm
breed is, per meter nog géén
acht tientjes.
kamerbreed
nylon tapijt
390 cm breed
neemt U de
Vrijdag en zaterdag verkopen
wij dit kamerbreed nylon ta
pijt van een prachtige kwali
teit, in diverse mooie kleuren,
390 cm breed,
per meter
Elke vrijdagavond tot 9 uur
Ook maandagmorgen opan
Géén
een gelukkige toekomst meestal aan
gemis en onzekerheid. De christelij
ke hoop daarentegen ontspringt aan
het bezit van Gods Geest in on.s. Met
het geloof. En met de liefde. Deze
zijn alle drie „bezitters", ai doet
juist het bezit ons smartelijk voelen
wat we nog missen. Het smaakt alle
maal naar meer. De vreugde om het
reeds geschonken heil doet ons dan
ook in opstand komen tegen alles
wat daarmee op aarde nog vloekt, en
doet uitzien naar bet ogenblik waar
op het heil over alle tegenspraak zal
zegevieren.
Zo gezien is er een diep verband
tussen opstanding en opstand
Dr. K. J. Kraan