Wat we kunnen opvisschen. Uit het Katholiekenkamp. Politieke Schetsen. talistisclie maatschappij. De heilige rechten van het huisgezin worden door het socialisme aangetast, snikt hij. Ja, maar, goeie man, de broekspijp zit in je netje. Je bedoelt het kapitalisme. Hier in Schiedam worden de menschen 's nachts om één, twee uur, uit hun heilige huisgezin gerukt, om voor het kapitaal jenever te stoken, hier kruipen ze na veel beknibbeling van loon in 'n schuit met vuile, stinkende, rottige tabak, om voor 't kapitaal 'n voordeeltje te bezorgen en dan brengen ze die heilige geur nog mee in hun huisgezin, hieroch, hier weten alle arbeiders, dat hun heilig huisgezin meer een last is voor hen dan een lust. De Christelijke Actie is dom. Als iemand een paal in den grond moet slaan en hij klopt op z'n teenen, dan bewijst dit, dat hij geen flauw begrip heeft van wat hij raken moet. Nu zijn er twee boekjes Wat willen de sociaal-demokraten, 5 ct. en Wat de soc.-demok. niet willen, 10 ct. Als nu de Christelijke Actie eens gaat zitten dan groeien z'n beentjes en na het besteden van vijftien centen maar wat elementaire (allereerste) kennis opdoet uit die twee boekjes, dan zit er meer wijsheid in z'n arme hoofd, dan hij nu in die twee blaadjes heeft verspreid ten koste van pl. m. 15 gulden. Hij moet nog leeren kennen, wat hij raken moet. Natuurlijk veronderstellen wij bij zooveel domheid, goede trouw. Vandaar onze gemoedelijke raadgeving. Wat we voor zakelijks kunnen opvisschen uit het verslag in de Nieuwe Schiedamsche over vakorganisatie is dit de heer Schipper zette uiteen, welke de middelen zijn tot het organiseeren van de katholieke vakvereenigingen en wat zij tot heil van den werkman kunnen doen." Dat is eigenlijk niets, d. w. z. zoo'n mede- deeling. Het doel der vakvereenigingen moet ook zijn, jongelingen op te leiden tot bekwame vakmannen, hen terug te houden uit neutrale gezelschappen en zoodoende hun stoffelijk en geestelijk welzijn te bevorderen. Verder zette spreker nog uiteen de voor naamste kwesties, die door een goede vak organisatie (dat is natuurlijk een R. K.) kun nen worden opgelost, zooals loonregeling, pensioenen, arbeidsduur en Zondagsrust. On der toezicht van den geestelijken adviseur.... ha, ha. daar hebben we't..en het bestuur.... nou, ja.... veel tot stand brengen. In Het Volk van 5 Oct. staat iets afge drukt uit De Tijd, het Kathol, hoofdorgaan. De Tijd is boos op de R K. Typografenbond te Amsterdam. Het bestuur van dien Bond schrijft Wat wij verlangen, verlangen wij op advies van Z. H. Leo XIII, die in zijn roemrijke Encycliek „Rerum Novarum" zegt: Namens de bisschoppen nemen uitnemende leden der wereldlijke en ordesgeestelijkheid deel aan de leiding der vereenigingen, wat haar godsdienstige zijde betreft. Welnu, zeggen de R. K. Typografen, dan heeft onze geestelijke adviseur geen recht van spreken, waar vakkennis beslist noodig is. In geen geval keuren wij goed, dat wij dan aan zijn uitspraak gebonden zijn. Die mannen begrijpen de zaak, maar de Ned. R.-K. Volksbond, die niet van begrijpen houdt, knikkert die onder-afdeeling d'r uit. 'tZou een grap worden, met Kathol, werk lieden, die wat gingen begrijpen, al was 't alleen maar van de wereldsche zaken. Wie waar wil zijn, hij ga maar eerst Eens met zijn beurs te rade; Want waar-zjjn in deez' goeden tijd Baart weeën en véél schade Een nieuwe brief en een oude zaak. Ziehier den brief: Waarde Heer, „Ik heb in langen tijd u niet geschreven, omdat ik dacht dat men had uitgevonden, wie ik ben. Ze zoeken nog altijd vergeefs naar me. „Ook om andere redenen heb ik zoo lang gewacht. Het is zoo lamlendig, dat je af hangt van die lui met hun geld en hun gebedenboek en dat je eene kameraad al laffer en banger is dan de andere. Als je nou niet nakend op straat gezet wil worden, dan moet je voortdurend je mond houden, als je zoo graag zou willen praten. Maar dat mag je niet, omdat anders vrouw en kinderen honger lijden. Nou kan ik ze in ieder geval nog te eten geven, al is de kost meestal mager. En als je altijd zwijgt, wan neer je eigenlijk spreken moest, dan heb je dikwijls een diepe verachting voor je zelf en dan zou je ieder oogenblik willen los barsten. Maar dan je kinderen en moeder de vrouwen het gaat winter worden. Ik heb een langen tijd me veracht, en toen kon ik niet schrijven. Zouden er misschien niet een heeleboel zijn zooals ik, mijnheer? Je moest eens een goed werk voor ons doen. Je moest eens probeeren uit te vinden, wie net denken als ik en net als ik zoo dol graag anders zouden willen. Ikzelf durf er met niemand over te praten, want je weet nooit of je baas of de pastoor daar niet achter komen, en dan is het mis. Maar als de heeren van De Moker er eens mee be gonnen, ze zouden er misschien wel achter komen wie er onder uit willen, zooals ik. En misschien zouden wij dan samen wel eens wat durven uitvoeren. Denk daar eens over. Jullie van De Moker hebt ten minste laten zien dat je durft. Nou ik dat schrijf, merk ik weer dat ik niet durf, dat ik laf ben,maar, meneer, honger is iets vreese- lijks voor je vrouw en je kinderen. „Ik ben heelemaal op zij gedwaald, maar dat komt er van als je hart vol is, ik zal het daarom nu maar kort maken en schrijf je over kort wel meer. Wat ik nou zeggen wil, is dat je niet moet denken, dat wij ons voor den gek laten houden door de omdraaiing van de Nieuwe Schiedamsche Courant. Die omdraaiing is te gauw gegaan. Ik ben van den winter eens in dat circus te Rotterdam' geweest bij de Delftsche Poort, daar was een juffrouw die danste en al maar dansende gedurig in een ander costuum kwam, hoe ze dat deed weet ik niet. Maar je zag het voor je oogen. Nou, dat is in een circus, je weet dat dat komedie is. Dat moeten zulke menschen juist kunnen. Maar zoo'n krant, met no. 99 nog vreeselijk konservatief en heelemaal eens met den patroon en pastoor, en ineens met no. 100 rood geworden, rood om van te schrikken, zoo vreeselijk rood dat hij zelfs tegen een man als den direkteur van het gymnasium durft schrijven die zoo op de hand van de paters is als maar weinig van ons, zie je meneer dat maakt dat ik aan dat circus en die juffrouw dacht en dat ik tegen mezelf zeihet eene is echte komedie, je hebt betaald om die komedie te zien, maar het andere is net zoo goed komedie, maar dat is gemeen omdat je recht hebt op wat anders. De Nieuwe Schiedamsche Courant heeft het mis als ze denkt dat wij dat niet in de gaten hebben. De Moker heeft al een heeleboel dingen flink durven zeggen en zooals ik vroeger eens tegen je heb gezegd, wij lezen hem allemaal, hoe stikum ook. Dat hebben de patroons en de pastoors ook wel begrepen want ze zijn leeper dan je zou denken En nou hebben ze tegen de Nieuwe Schiedammer gezeit, (ze zeggen daartegen wat ze willen, moet je weten), dat ze over de zaken van de stad rood zullen laten schrijven en nou zijn ze voor den gemeente raad bijna net zoo rood als de Moker. De rest is gebleven zooals ze als was. Nou, meneer, wij zijn niet geleerd, maar zoo'n circus-hocus-pocus, daar lachen wij toch om, Als ik je nou eens goeden raad mag geven, laat dan die roode stukjes uit de Nieuwe Schiedamsche voor wat ze zijn, je moet je er niet mee bemoeien, de menschen doen zich zelf daar meer kwaad mee dan de tegenpartij. En wij hebben er lach om. Ik zal een volgende keer eens schrijven over wat er pas gebeurd is in den Volksbond. Ik durf nu geen plaats meer vragen. Zoodra ik er mee klaar ben, stuur ik het, maar het kost tijd want ik schrijf het soms wel vijf maal over. Gegroet, Je Vriend, Een Katholiek Werkman". Welk een diep-treurigen toon klinkt er door in dezen eenvoudigen brief! en welk een krachtig bewustzijn, dat de sociaal- demokraten de eenigen zijn, die de werkelijke belangen van de proletariërs ook in werkelijk heid dienen en tot hun recht willen laten komen! Leest dezen brief goed, herleest hem en overdenkt hem, katholieke arbeiders, en laat u niet bangmaken door dreigementen van pastoor of patroon! De brief is ge schreven door een der uwen, vergeet dat niét!" In een volgend nummer kom ik op een en ander uit dezen brief uitvoerig terug. I. v. L. Rusland. III. In het begin der 19e eeuw bestond Rusland dus uit een aaneen schakeling van onsamenhangende deelen, ter wijl de maatschappij uit 2 maatschappijen boven elkander bestond: de onderste, de maatschappij der boeren, kooplieden en lage. (witte) geestelijken, vreemd aan iedere bescha ving en ieder politiek leven, de bovenste, de maatschappij der edelen en der regeering, geneigd om zich geheel te onderwerpen aan de staatkundige denkbeelden en gewoonten in West-Europa, in haar naaperij zelfs zoo ver gaande, dat het Fransch haar eenig- erkende taal werd voor haar dagelijksch leven. Deze groote tegenstelling was terug te vinden in het bestuur van het land. De keizers hadden alle mogelijke Europeesche instellingen in het leven geroepeneen Euro peesche hofstad, een Europeesche diplomatie, een Europeesch leger (het Duitsche nagevolgd), een centreel bestuur met ministeries en mi- nisterieele bureau's, Europeesche rechtbanken met geschreven wetboeken, een Europeesche politie, Europeesche in- en uitvoer-rechten en handelsovereenkomsten, zelfs de Grieksche kerk onder het bestuur van een Heilige Synode. Alles even Europeesch als in de echt-Euro- peesche landen van het westen. Maar daar naast het aziatische overblijfsel van een al- machtigen despoot aan het hoofd van den heelen rommel, bevoegd om zijn besluiten (oukasen genoemd) als éénige wet te laten gelden, om zijn ambtenaren als éénige ge- zagspersonen te laten erkennen, en om geen andere instellingen te erkennen dan die hij wilde. Vrijheid was onbekend in Rusland. Vrijheid van drukpers verboden. Vrijheid van Ver- eeniging onbekend. Openbare samenkomsten en vertooningen niet toegelaten. Controle op het werk der ambtenaren behalve door den tsaar verboden. Bescherming tegen het mis bruik van gezag der ambtenaren onbekend. Vrijheid van godsdienst niet toegestaan, alleen de aanhangers der bij onderwerping niet- Grieksche kerkgenootschappen waren toege laten, iedere verandering van godsdienst was verboden behalve de overgang naar de staats kerk, den Griekschen godsdienst. Zoo was er overal de grootste tweedracht en verdeeldheid, het volledigst gemis aan COLIBRI.

Gemeentearchief Schiedam - Krantenkijker

De Moker | 1901 | | pagina 2