Het vertrouwen in het
Vlaardingse cultuurbeleid nog
lang niet teruggekeerd is.
Toch heeft Van der Velde iets
bereikt
367 Musis
bewust, opdat het ook een deel van de volgende periode
overlapt en nieuwe raadsleden en wethouders zich snel
kunnen inwerken. Het rijk doet dat ook: halverwege een
kabinetsperiode worden de culturele piketpaaltjes geslagen.
Maar kunnen we nu spreken van een duidelijke cultuurvisie?
En merken we in cultureel Vlaardingen niet een zekere
achterdocht jegens de aanvullende en faciliterende rol van de
gemeente? Kort na zijn aantreden zorgde wethouder Van der
Velde voor heibel. Muziekschool OpMaat moest ongekend
zwaar bezuinigen, de aankoopsubsidie bij de Open Ateliers
werd afgeschaft, de Artoteek Vlaardingen kon sluiten en een
aantal beeldend kunstenaars, die hun expositiemogelijkheden
in Hollandia zagen slinken, voelden zich geschoffeerd omdat
Van der Velde zijn werkkamer in het stadhuis openstelde als
tentoonstellingsruimte voor amateurschilders en -fotografen.
Het had er alle schijn van:Van der Velde dééd het erom.
Hij gooide opzettelijk de knuppel in het hoenderhok.
Dus dat De Culturele Factor op enige scepsis stuit, is niet
vreemd. 'Je kunt er alle kanten mee op,' zeggen directeuren
van culturele instellingen. 'Voor ons is dat ergens wel prettig,
maar we willen toch ook wel eens van de wethouder horen of
wij de goede kant op gaan. De Vrije Academie kent
bijvoorbeeld een hoog Goudkustgehalte. Moet Henk Horsten
nu vrezen voor subsidiekorting? Dat blijkt uit De Culturele
Factor niet.'
En dat de samenwerking tussen organisaties en afstemming van
activiteiten beter is dan in 1994, zoals De Culturele Factor
vermeldt, wordt in het veld niet een-twee-drie herkend.
Het museum Oostwijk, evenals de Strip en de Hoogstraat
maker bedoeld als upgrading van een deel van de stad, had ten
behoeve van de wijkbewoners handig gebruik kunnen maken
van een prachtige maquette die het Visserijmuseum van de
Oostwijk bezit, een maquette die het stedenbouwkundig
patroon laat zien.
Nog zoiets: kunnen de nieuwe impulsen geslaagd worden
genoemd? De Hoogstraatmaker moest in enkele etappes meer
publiek betrekken bij de verbetering van de kwijnende
winkeldijk. Maar de leegstaande etalages zijn nauwelijks benut
om er in het oog springende vitrines van te maken en soms
leek het wel een project om een select groepje
hoogfilosofische gesprekken te laten voeren. Dat kan overigens
een functie hebben. Zo was de Strip in de Westwijk vooral in
zijn internationale context van belang: hoe kun je beeldende
kunst naar een achterstandswijk brengen en wat doet het met
de omwonenden? Tot in Berlijn en Praag zijn beleidsmakers
meer met nut en noodzaak van de Strip bezig geweest dan de
Westwijkers te Vlaardingen.
Die kritiek, die er wel degelijk is op recente ontwikkelingen,
gekoppeld aan de verbijsterende start van cultuurwethouder
Van der Velde, maakt dat het vertrouwen in hetVlaardingse
cultuurbeleid nog lang niet teruggekeerd is. Toch heeft Van der
Velde iets bereikt. In zijn eigen politieke partij, GroenLinks,
bestond grote zorg en vertwijfeling ofVan der Velde niet het
culturele imago van GroenLinks overboord gooide.Vooral de
bijna Poolse Landdag, die in het stadhuis plaatsvond met alle
spraakmakende cultuurbeoefenaren dezer stede, leverde het
ontnuchterende beeld op van een wethouder die niet wist
waar het naartoe moet: 'Zeggen jullie het maar!' Ondanks een
inspirerende inleiding van Bert van Meggelen werd het een
bijeenkomst zonder kop of staart en van de weeromstuit
werkte Van der Velde zijn uitgangspunten niet meer uit 'met de
stad' maar zonder interactie, met de rug naar de stad toe -
ofschoon hij opvallend veel aanwezig was op openingen,
manifestaties en evenementen. Hij liet zich overal zien. Maar
hoe het beleid ervoor stond, bleef tot De Culturele Factor
geheim en ook na vaststelling ervan weten gesubsidieerde
instellingen nauwelijks wat ze te verwachten hebben en boven
het hoofd hangt. Er staat bijvoorbeeld dat de podiumkunsten
in Vlaardingen plaatsvinden in een theater 'dat ook als motor
van het culturele leven functioneert; met een gemengde
programmering die recht doet aan het landelijk aanbod van
podiumkunsten, en waar actief de amateurkunsten opgevoerd
worden en waar educatief de publieksparticipatie wordt
bevorderd.' Prachtige teksten, maar wat betekent het concreet
voor de relatie tussen de Stadsgehoorzaal, de Harmonie, het
Roththeater en de toneelverenigingen?
Niettemin, GroenLinks is anders over de eigen wethouder
gaan denken. 'Positiever,' zegt fractieleider Jack Tsang.
'Ben is bevlogen. Zijn eerste initiatieven riepen verbazing op.
Een aantal kunstenaars was boos omdat hij amateurs
uitnodigde op zijn kamer te exposeren. Als je daar nu op
terugkijkt, kun je stellen dat dat een culturele daad op zichzelf
was. Die daad heeft wat teweeggebracht.'
Tsang: 'De wethouder is aanspreekbaar. Hij is waanzinnig veel
aanwezig. Hij is er. Ondanks die start gaat hij veel het veld in.
Ik vind dat fascinerend, want Ben komt niet uit een cultureel
milieu, hij heeft gevaren. Ik ben er trots op dat hij weet wat
werken is en zich toch zo betrokken een plaats verovert in de
kunstwereld. Ik steek mijn hand voor hem in het vuur.'
Jack Tsang beziet de Vlaardingse situatie in een nationaal
perspectief. Er is een ontkoppeling van initiatieven en
subsidies. Initiatieven moeten een zelfstandigheid bewijzen,
naar het Amerikaanse model van vrijemarkteconomie en
sponsoring. Heeft dat voor- of nadelen? Tsang ziet als mogelijk
voordeel dat producenten van kunst en cultuur zich weer
nadrukkelijk naar de maatschappij richten. Altijd heeft de
kunst een maatschappelijke relevantie gehad, of het nu ging
om bijzondere architectuur of wandschilderingen in kerken of
impressies van volkse taferelen. Pas in de twintigste eeuw is de
historische band met de maatschappij losgelaten en ontstond
er een elite die experimenteerde, vernieuwde, maar ook
profiteerde, met als dieptepunt de Beeldende-Kunstregeling
(BKR) ofwel de contraprestatie, waarin het kon voorkomen
dat kunstwerken nog nat waren bij de aflevering, afgeraffeld