Hylkema's doel is vooral een uniek monument van de
ondergang redden. Hij beschouwt de Havenkerk als een
topstuk van religieuze bouwkunst uit het eerste kwart van de
negentiende eeuw. De katholieken, die na de Tachtigjarige
Oorlog gedurende honderdzestig jaar geen enkele kerk
meer hadden mogen bouwen, staken zodra dit verbod was
opgeheven door koning Lodewijk Napoleon al hun energie in
het oprichten van indrukwekkende godshuizen. De - inmiddels
gesloopte - Willibrorduskerk in Den Haag was de eerste kerk
waarmee zij hun comeback in Holland vierden, de kerk aan de
Lange Haven in Schiedam de tweede.
In tegenstelling tot het imposante uiterlijk, kenmerkte het
interieur van het door de Haagse architect Adrianus Tollus
ontworpen gebouw zich aanvankelijk door eenvoud en
soberheid. "In essentie was het een heel rationeel gebouw.
Maar naarmate de tijd vorderde, werden er steeds meer
barokke elementen aan toegevoegd," vertelt Hylkema. De
simpele vensters van transparant glas werden vervangen door
gebrandschilderde ramen, het altaar werd gedecoreerd met
schilderijen van de beroemde Antwerpse kunstenaar Antoon
van Ysendyck en voor het leveren van de heiligenbeelden
werd de vermaarde kunstenaar Frans Stracké ingehuurd. Al
deze aankopen werden gefinancierd door de familie Nolet en
andere vermogende katholieke jenevergeslachten.
Het rijke roomse leven dat hier pronkzuchtig werd uitgestald
en beleefd, duurde krap honderdvijftig jaar. De ontkerkelijking
die in de jaren zestig van de vorige eeuw op grote schaal
toesloeg, beroofde de katholieken in Schiedam van veel van
hun invloed. Na de sloop van de majestueuze Frankelandkerk
aan de Nieuwe Haven leek ook de doodsklok te luiden voor
de kerk aan de Lange Haven. De laatste mis in het gebouw
van de Johannes de Doperparochie werd in 1967 opgedragen.
De aankoop door evangelist Maasbach redde het gebouw op
miraculeuze wijze van de ondergang.
Bij de verkoop bedongen de katholieken dat het rijke interieur
in stand zou worden gelaten. Dat is de reden dat de kerk
ondanks dat hij ruim een kwart eeuw in gebruik is geweest
bij een andersgezinde gemeente, zijn katholieke karakter
volledig heeft weten te bewaren, met als enige ontsierende
elementen een later gelegde vloer van smakeloze tegeltjes
uit de bouwmarkt en lelijke cv-radiatoren die met grote
onachtzaamheid precies onder de schilderijen zijn geplaatst.
Het interieur heeft, net als de buitenkant, dringend een
grondige opknapbeurt nodig. Maar voorlopig is er alleen geld
om het orgel uit 1875 van P. Maarschalkerweerd en Zn. te
restaureren. De stichting hoopt in latere instantie een financier
te vinden om ook alle kunstwerken in hun oorspronkelijke
staat terug te brengen, zegt Hylkema.
Niet ondenkbaar is dat die financier een en dezelfde persoon
zal blijken als de investeerder die de kerk een passende
bestemming zal weten te geven. Onder de belangstellenden
die tot nu toe van zich hebben laten horen, bevinden zich
opnieuw hotelexploitanten, beweert Hylkema. "Die optie
hangt nog steeds boven de markt. We staan in contact met
verschillende serieuze kandidaten."
Wethouder Menno Siljee waagt zich niet aan voorspellingen.
"Er is één grote beperking: de kerk is ook van binnen een
rijksmonument. Dat betekent dat ingrijpende veranderingen
niet zijn toegestaan. Daarom zal het niet eenvoudig zijn een
passende bestemming te vinden."
11 Musis
Maarschalkerweerdorgel uit 1875
Ubbo Hylkema