Museum vondsten
Preekstoel van de Grote Kerk
tekst: Jeroen ter Brugge
Musis 20
Smaken verschillen. Velen vinden het preekgestoelte in
de Grote Kerk van Vlaardingen vanwege het uitbundige
snijwerk wel mooi, maar of het in dit strakke calvinistische
godshuis thuishoort? De neogotische preekstoel is
afkomstig uit de Haagse Willemskerk en was daar volledig
in zijn ambiance. Wegens afbraak van de kerk (1971)
moest deze hier verdwijnen en in Vlaardingen had men
behoefte aan een fraai 'nieuw' exemplaar. Waarom de
keuze op deze preekstoel is gevallen, behoeft nog eens
nader onderzoek. Echt nodig was het niet, want er was
al een preekstoel. Zonder zware ingrepen had deze het
makkelijk nog jaren volgehouden. Sterker nog, deze
wat eenvoudiger maar kleinere preekstoel werd aan de
Hervormde Gemeente in Winterswijk verkocht, waar deze
nog steeds in gebruik is.
De verkochte preekstoel was in 1865 door Arij Hoogendijk
Jz., president-kerkvoogd, aan de Grote Kerk geschonken.
Een grootschalige verbouwing van het kerkgebouw in
dat jaar zorgde voor een totale herinrichting van de kerk
en de oude preekstoel werd tezamen met de bestaande
kerkbanken en ander meubilair verkocht. Voor het nieuwe
exemplaar diende Cornelis Willem van Capellen twee
ontwerpen in, waaruit het College van kerkvoogden
er één koos. Enkele aanpassingen werden aan het
ontwerp gepleegd, onder andere door het toevoegen van
ornamenteel snijwerk. De kosten bedroegen ongeveer
2.000 gulden, een bedrag waar je toentertijd ruimschoots
een dak boven je hoofd kon verwerven.
In tegenstelling tot Vlaardingen keek men in Winterswijk wel
of de kansel in het interieur van de Jacobskerk paste. Het
fraaie gotische gebouw dat in het midden van de 16e eeuw zijn
huidige uiterlijk kreeg, heeft een stemmig sobere inrichting,
waarin de preekstoel goed past. Om deze nog beter te laten
aansluiten bij zijn omgeving werden de gesneden ornamenten
verwijderd en het hout blank geschuurd, zodat het beter zou
passen bij de kerkbanken. Ook werd de voet onder de kuip
verkleind en op een iets andere wijze vormgegeven. Hierdoor
sloot de versierde trap niet meer aan en werd ook die door
een nieuw exemplaar vervangen, eveneens ontdaan van
enige opsmuk. Een groot deel van de ornamenten is bewaard
gebleven. In een kast in de Jacobskerk worden deze tot op
de dag van vandaag bewaard. Vergelijking met oude foto's
van de preekstoel toen die nog in Vlaardingen stond, leert
dat niet alle onderdelen behouden zijn. Het lijkt er op dat van
alle verschijningsvormen van het siersnijwerk een voorbeeld
bewaard is. De achtkantige preekstoel had van oorsprong
panelen die in de hoeken repeterend waren ingevuld met tak
en bladvormige ranken en collages. Op het klankbord, de grote
luifel die boven de preekstoel hangt, waren op alle kanten
eveneens ornamenten geplaatst, waarbij die aan de voorzijde
een opengeslagen boek (de bijbel) verbeeldde. Het snijwerk
is uitgevoerd in een verschijningsvorm die kunsthistorici
en antiekhandelaren de Willem III-stijl zouden noemen. In
menig huiskamer kom je nog theekastjes, chiffonnières (hoge
ladekasten) en kledingkasten tegen met hoekornamenten in
dezelfde stijl. Het was een manier van ornamenteren die erg
populair was ten tijde van de vervaardiging van de preekstoel
en zoals de naam suggereert, stamt uit de tijd toen Koning
Willem III de scepter zwaaide. De rijk versierde trap in dezelfde
stijl is, voor zover bekend, niet bewaard gebleven. Die laat
zich ook niet zo eenvoudig in een kast opbergen. Het is aan de
kerkvoogden van de Winterswijkse Jacobskerk te danken dat
de wel bewaarde ornamenten nog steeds aanleiding geven tot
bespiegelingen over het Vlaardingse verleden.