Rustenburg
Iedere Musis worden twee museale objecten uit niet-Schiedamse en niet-Vlaardingse collecties
gepresenteerd, soms onbekende stukken, soms in de vergetelheid geraakte.
21 Musis
Vermogende stedelingen zochten in de 17e en 18e eeuw
hun rust buiten de stad. De zeer rijken waren in het bezit
van een buitenplaats, zoals die langs de Vecht of achter de
duinen, maar ook her en der op het platteland lagen. De
categorie iets minder vermogenden bezat boerderijen waar
deze naar behoefte in het voor- of zomerhuis verbleef. De
stedelijke regenten die niet over een groot familiekapitaal
beschikten, maar wel wat te besteden hadden, kochten net
buiten de bebouwde kom een tuin met tuinhuis. Dergelijke
buitens kregen een naam die vaak het verlangen naar
het buitenleven en het achterlaten van de stadse
verplichtingen uitdrukte. Eén van de grootste Schiedamse
buitens past mooi in dat rijtje: Rustenburg aan de Lange
Nieuwstraat. Een burg of burcht was de buitenplaats
allerminst, maar deze in onze ogen wat protserig
aandoende aanduiding was in de 18e eeuw bepaald niet
ongebruikelijk. Het drukte natuurlijk wel uit waarvoor het
bedoeld was: een prestigieuze plaats waar de eigenaar tot
rust kon komen.
De buitenplaats Rustenburg werd rond 1735 gebouwd
op een strook land die 'Het Nieuwwerk' werd genoemd.
Oorspronkelijk deel uitmakend van de Westfrankelandse-
polder ontstond dit gebied door de aanleg in 1613/1614
van de Nieuwe Haven. Het lag tussen deze als economische
impuls aangelegde haven en de Buitenhaven in. Het terrein
werd herkaveld, met de verwachting dat hier kleinschalige
bedrijvigheid en woningbouw zou gaan plaatsvinden. De
bevolkingsgroei stagneerde echter en omdat zich hier ook
nauwelijks industriële activiteit ontplooide, werd het een plek
waar de rijkere Schiedammer zich kon verpozen. Niet alleen
door middel van een wandeling, maar ook door aankoop van
een tuin, wat dan snel gevolgd werd door de bouw van een
tuinhuis. Dergelijke tuinhuizen waren wel van een andere orde
dan de houten Gammabouwsels die we tegenwoordig achter in
de tuin hebben staan. Het waren elegante stenen gebouwtjes
van de toenmalige gemakken voorzien. Het Nieuwwerk kende
één uitzondering op deze regel: de buitenplaats Rustenburg.
Deze werd in opdracht van de Amsterdamse regent Nicolaas
Elias (1690-1752) gebouwd en kon zich meten met de eerder
vermelde buitenplaatsen langs de Vecht. In Schiedam kent
Rustenburg haar gelijke slechts in Spieringshoek (zie Musis
maart 2010). Eerder stond op de ruim bemeten locatie het
stedelijk kruithuis, dat voor die gelegenheid gesloopt is. In
de verkoopakte van Rustenburg uit 1753 wordt het complex
omschreven als 'buytenplaets genaempt Rustenburg',
bestaande uit een groot en solide hoofdgebouw, met een
(losstaande) koepel, een tuinmanshuis, koetshuis, stallen,
tuin en plantage (moestuin en boomgaard). Naast Elias is
Rustenburg in eigendom geweest van de geslachten Pielat/
Pielat van Bulderen, Tromer en De Koning. In 1811 werd de
buitenplaats, in deze economisch uiterst moeilijke periode
zwaar verwaarloosd, voor de sloop verkocht. Cornelis
Nieuwhof nam het terrein als tuinderij in gebruik. In verloop
van tijd raakte het terrein weer herkaveld en verrezen aan de
Lange Nieuwstraat gevels, passend bij de in 1767 aangelegde
Plantage. Thans herinneren de straatnamen Rustenburg,
Kruithuis en Nicolaas Eliashof aan de buitenplaats.
Van der Feijst gebruikte de gewassen pentekening van
onbekende hand uit circa 1740-1750 in 1975 al in zijn
'Geschiedenis van Schiedam', maar deze is de moeite
waard weer eens te tonen. De kunstenaar stond op de
Lange Nieuwstraat en keek in westelijke richting. We zien
het hoofdgebouw dat door grachten is omgeven en per
brug bereikbaar is. Aan de straat bevindt zich vooraan de
koepelkamer, met de karakteristieke kantige kopgevel en
rechts van de inrijpoort vermoedelijk het koetshuis. Op de
achtergrond staat de Zuidmolen die in 1717 als moutmolen
was gebouwd. Als de kunstenaar in oostelijke richting had
gekeken, dan was de houtzaagmolen (1723) 'Wijk den Toorn'
te zien geweest.