Rond 1975 betrof het de laatste restanten van een grote schare
schamele woningen waar in de voorgaande decennia het mes was
gezet. Tot weemoed van velen die nostalgische gevoelens hebben
met de nauwe straatjes en steegjes die men zelf overigens vaak
alleen van oude foto's kent. De werkelijkheid was een stuk rauwer.
29 Musis
Kaalslag waar voorheen de 6" en 7e Bierslootstegen lagen ter voorbereiding van de aanleg van de Verbindingsweg.
Foto PD. de Vries, 1939.
Hoogstraat/Liesveldselaan en een tweede ter weerszijde van
het Westnieuwland, toepasselijk 'de Nieuwe Tuinen' genaamd.
Langs de ontsluitingswegen van deze tuingebieden vond in de
loop van de 18e en 19e eeuw stadsuitbreiding plaats, met vaak
een gecombineerde woon-werkfunctie. Veel middenstanders
vonden hier een onderkomen. Na de stichting van het
Koninkrijk der Nederlanden kwamen de achtererven aan snee.
Bereikbaar door de stegen tussen de huizen heen, verrezen
hier sloppen van tegenover elkaar gebouwde woninkjes. Het
woord 'slop' verdient in dit verband een toelichting. Hoewel
de negatieve bijklank al heel lang bestaat, is een slop in
technische zin een (erg) smalle straat of steeg tussen huizen
in, vaak ook doodlopend. De zeer goedkope bouwwijze leidde
tot weinig aangename verblijfomstandigheden, zoals hiervoor
al geschetst. De huisjes waren bovendien ongefundeerd en
direct op de ondergrond gebouwd met alle vochtproblemen
van dien. Een groot contrast kwam in 1993 aan het licht toen
Iemand die met bepaald weinig
nostalgie op zijn jeugd onder weinig
opwekkende omstandigheden terugkeek,
was wethouder Teun de Bruijn. Met
een ongekende vasthoudendheid en
met veel energie wierp hij zich op de
sanering van de vele krotwoningen
die Vlaardingen in de naoorlogse jaren
nog steeds kende. Dat De Bruijn in zijn
oprechte enthousiasme doorsloeg en
ook straten en individuele panden liet
slopen die heden ten dage vanwege hun
karakteristieke historische verschijning
gekoesterd zouden worden, is hem
wel verweten. Maar dat hij ten gunste
van de bevolking wilde afrekenen met
de erbarmelijke woonomstandigheden
en de sfeer van armoe is nog steeds
één van de belangrijkere fasen in de
sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen
van het naoorlogse Vlaardingen. Hij
bouwde daarbij krachtig voort op
eerdere initiatieven. Voorafgaand
aan de inwerkingtreding van de Woningwet (1901) waren
de woonomstandigheden in heel Nederland in kaart
gebracht. Het onthutsende resultaat leidde tot wettelijke
richtlijnen en plaatselijke verordeningen die gericht waren
op kwalitatief betere woningen en het aanpassen dan
wel saneren van bestaande woningen. In Vlaardingen
bracht de Gezondheidscommissie in 1908 rapport uit van
de woonomstandigheden in de krotwoningen ten westen
van de Hoogstraat, wat in 1910 leidde tot het onteigenen
van 129 huisjes ten behoeve van de sloop. Patrimoniums
Woningbouwvereniging leverde hier, aan de nieuwe Kornelis
Speelmanstraat, in 1912 zijn eerste bouwproject op. Nog
vele andere zouden volgen. De grootste voortgang werd kort
voor en de eerste vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog
geboekt. Na de kwalitatief slechte woningen kwamen ook
de relatief goede maar kleine woninkjes aan de beurt. Ten
behoeve van de zogenaamde 'Doorbraak' door de Hoogstraat
ter plekke van de Van Kampenschool tijdens opgravingen
zowel resten van de tuin van een Vlaardingse burgemeester
werden aangetroffen als de voorgevel van één van de Nieuw-
landstegen. Naast de gemetselde 17e eeuwse steens muur
van het tuinhuis lagen halfsteens muurtjes van de huisjes uit
de 19e eeuw. Een ander voorbeeld waar rijk en arm elkaar
ontmoetten was een pand in de 3e Bierslootsteeg, waar de
gevelsteen van een 17e eeuws tuinhuis met de tekst 'Uit en
Thuis' was ingemetseld. Een haast cynische daad om deze
steen, die zich momenteel in de collectie van het Museum
Vlaardingen bevindt, hier terug te plaatsen. Van het 'Uit' was
met de benauwende bebouwing absoluut geen sprake meer
en het thuisgevoel zal ook niet voor iedere bewoner hebben
gegolden.
(aanleg Verbindingsweg/Korte Hoogstraat) werden in 1939
enkele Bierslootstegen afgebroken. Maar vooral tijdens de
Wederopbouw die Vlaardingen zo intensief heeft beleefd, werd
grote schoonmaak gehouden. Soms ten behoeve van concrete
nieuwbouwplannen zoals het Liesveldviaduct, maar vaak ook
zonder vooropgesteld plan. Rond het Westnieuwland leidde dit
tot een kaalslag die decennialang heeft bestaan.
Anno 2011 resten slechts weinig sporen van deze episode uit
de Vlaardingse stadsontwikkeling. Enkele laatnegentiende-/
vroegtwintigste-eeuwse relicten zijn haast toevallig bewaard
gebleven, vooral omdat zij buiten de saneringsgebieden lagen,
zoals de Steenplaats en enkele straatjes in de Oostwijk. Nu
opgeknapt en voorzien van moderne gemakken geliefde
woninkjes voor menigeen.