;52fe jaargang. Dinsdag 6 December 1898. N°. 9800, DE GELDDUIVEL. Verschijnt dagelijks, uitgezonderd Zon- en Feestdagen. UITGEVER: H. J. C. ROELANTS. BUITENLAND. ~~~BINNENLAm™~ Jbojmmwraspiaj» 7881 Schiedam, pe* bwartaftl f 0,90 omliggende plaatsen, p. kwart. -1.05 franco por post, p. kwartaal. 1.80 Afzonderlijks nommerao.02 BUREAU i BOTERiTRAAT 70, feïephoon Ito. 123. AimsnTBirrarMjsvan ,1—5 gowono rogcis met inbe- grip van ccne Courantf 0.52 Iedere gewone regel meero.lO Bij abonnement wordt korting verleend. Algemeen overzicht. SCHIEDAM, 5 December '98. Der Fransehe regeering wachten in Kamer en Senaat nieuwe interpellaties. Allereerst die van Joseph Fabre, waarover ook te dezer plaatse reeds een en ander werd gezegd. Voorts eene van den socialist Fournière, die van de regecring wil weten welke maatre gelen zij denkt te nemen om ,een conflict tus- schen het Hof van Cassatie en den krijgsraad to voorkomen; hij wil dat het Kabinet zijn in Kamer en Senaat afgelegde ver-klaringen nader toelicht®, Voorts is er een interpellatie aangekondigd door Paschal Grousset over „de misdadige uitr latingen van ambtenaren of gewezen ambtena ren van heb ministerie van oorlog in persoon lijke betrekking tot een royalistisch, blad die, na eerst den Duitsdien keizer door een valsch stuk betrokken te hebben in de togen Dreyfus opgezette procedure, op het oogenblik liet Rus sisch en heb Oostenrijksch gezantschap in de zaak mengen. De minister van oorlog De Freycineb heeft door zijn particulier secretaris Grousset doen vragen de feiten te preciseeren waarop zijn inter pellatie berust. De sodalistisdie afgevaardigde voldeed daarop aan dit verlangen en liet den minister weten, dat hij hem den tijd zou laten dien hij voor zijn onderzoek uoodig had, en dat hij derhalve zijn interpellatie niet vóór Don derdag of Vrijdag zal indienen. Eindelijk is in den Senaat nog te wachten een protest van Joseph Fabre tegen de schan delijk© praktijken die bij de stemming over do urgentie voor Waldeck-Rousseau's voorstel blij ken te zijn toegepast. Op Fahre's naam komen verschillende stemmen in tegengestelden zin voor, en ook met de stemmen van Conteaux, Gal tier en Rambaud schijnt geknoeid. Dit is van belang waar, zooals men zich zal herinne ren, de> poging van Waldeck-Rousseau om langs wettelijken weg Picquart aan den krijgsraad te onttrekken, bij staking van stemmen werd af gewezen. Terwijl inteisscthen Guérin, de minister van justitie van 1894, da verklaringen van Poin- caré en Barthou in de Kamer omtrent de zgn. bekentenis van Dreyfus, heeft onderschreven, deelt Poincaré thans in heb „Petit Journal" mede dat do minister-president hem ten over vloede heeft verzekerd dat inderdaad Lebmn- Renault, in 1894 bij den minister-president Dupuy ontboden, niet van een bekentenis va.n Dreyfus heeft gesproken, en Poincaré zegt te zeer van Dupuy's loyaliteit overtuigd te zijn.dat deze niet ook voor heb Hof van Cassatie des- verlangd een gelijke verklaring zou willen afleg gen als die van zijn oud-collega. Eerst in 1897, eindigt de exminister, hebben Dupuy en ilc hooren spreken van het in 1895 door Lebrun-Renault aan zijn chefs uitgebracht Doon S. WÖRISIIÖFFER. 77) Heb den stormpas snelde Wolfram door het schemerend morgenduister naar heb telegraaf kantoor en zond daar aan den rechter van in structie een telegram van den volgenden in houd, met liet verzoek het door te zenden aan Rubli„Ik heb den brief. Alles in orde." Toen eerst nam hij een kamer in liet stations hotel, sloot de dour en las wat de brief inhield „Lieve Adèlel „Het zijn woorden van afscheid die ik met mijn wegstervende krachten in de laatste uren mijns levens tot je richt, juist tot jou, omdat alleen jou bekend is wat er omgaat in mijn ziel, omdat je zeer nauwkeurig weet wat ik denk en voel, welk© gevoelens mij bezielen. Binnen een uur heb ik opgehouden te ademen, Adèle „Een huiveringwekkende gedachte die als een koude hand mijn hart aangrijpt, een ernstig, drukkend besluit: maar dat „mag mij niet aan het wankelen brengen, niet doen terugschrik ken. Mijn arm leven vol lijden is immers toch tot den ondergang gedoemdde dagen er van zijn geteld; wat hindert heb dan, wanneer ik in plaats van het eene poeder dat mij voorge- schioven is, er zes te gelijk neem 1 „Allen die ik liefheb, zullen door mijn dood bevrijd worden uit knellende banden; de le- mondekng rapport, dat eei-sb twee jaar later schriftelijk is opgesteld. Inmiddels zal Picquart dan toch door den krijgsraad geoordeeld worden, tenzij deze zelf de zaak verdaagt. Daarop schijnt mi\ Labori tc willen aanstu ren. Hij zal een daartoe strekkende conclusie in dienen. Volgens sommigen bestaat daaromtrent evenwel «meningsverschil tussclien advocaat en cliënt. Picquart zou willen dat zijn zaak zoo spoedig mogelijk behandeld wordt. liet Hof van Cassatie zal zich wellicht niet eens met liet dossier-Picquart bemoeien. Daar entegen wel met het geheime Dreyfus-dossier waarvan, naar thans wordt verzekerd, ook mr. Momai'd, de advocaat van mevrouw Dreyfus, onder verbintenis van zijn ambtseed kennis zal mogen nemen. Daar do zaak publiek zai behan deld worden, zou overeengekomen zijn personen wier namen niet genoemd moeten worden, aan to duiden met cijfers of letters. Een even practische als ongevaarlijke oplos sing, naar het ons voorkomt. De „Mafcin" wil overigens weten dat het ge heime dossier niet den naam Dreyfus noemt, maar dat er wel de relaties uit blijken van een Fransch officier met verschiuende buitenland- sche regeeringen. Een raadsheer van het Hof moet in een in terview met de „Echo de Paris" hebben ge zegd dat liet onderzoek van het Hof twee a clrie maanden zal duren, dat heb Hof Dreyfus naar Frankrijk zal laten terugkeereu, maar dat het niets zal doen om te verhinderen dab Pic quart den 12den voor den krijgsraad komt. Zeer verwarde verhalen vindt men in enkele bladen over nieuwe aanwijzingen van Esterha- zy's schuld, o. a. door een brief van den majoor aan Jules Roche, toen deze rapporteur was over do begrooting van oorlog. Met name zou uit clien brief blijken dab Esterhazy in betrekking stond tot Henry, die bij hem in de schuld stond. De „Rappel" spreekt van een op handen zijn de vervolging van Du Paty de Clam. De beweging ten gunste van Picquart wint inmiddels steeds in kracht. Zaterdag was er een meeting onder voorzitterschap van Duclaiix, professor aan liet Instituut. Tegelijk werden buiten, op straat, Rocliefort en Drumont ge- conspueerd, en werd een open-liieht-meeting ii l'improvisto georganiseerdAllcmane, profes sor Langlois, eon student 0. a. voerden daar het woord. Langlois zeide o. a.„Als Picquart ver oordeeld wordt, zuilen zijn aanhangers hem red den, want hij zal op bevel veroordeeld worden. Als men hem degradeert, dan zullen wij met z'n honderdduizenden zijn om de degradatie te be letten." Te vergeefs beproefde do politie eon eind te maken aan deze meeting naar Engel- schen trant. Kenschetsend is het ook dat eon groot aantal royalisten, met de „Soleil" en dei, redacteur Hervó de Keroliaub aan heb hoofd, zich ondanks venslustige Hans Adam, do naar vreugde en genot heimelijk smachtende Hans Adam moot mot mijn dierbare Ruth trouwen; hij krijgt daardoor tegelijk een schoone, gezonde jonge vrouw, die in allo opzichten als voor hem ge schapen is, en bovendien het vermogen dat hij zoo noodig heeft. De zou van Moldt zal eerst boven mijn graf in volle heerlijkheid opgaan. „Vaarwel, Adèle, breng aan allen mijn laat- sten groet en aanvaard de verzekering der vriendschappelijke genegenheid van Je Cecilia van Moldt." Wolfram's hart was innig bewogen. Hij zag in den geest weer liet schoone meisje van nau welijks achttien jaar in al de frisdilieid liarer jeugd, zooals zijn eigen hand haat naar hethu- wclijksaltaar had goloid aan Hans Adam's zijde en toen die kalme lijdensgestalte op het rustbed, die onnatuurlijk groote, bedrukte oogen. Altijd weer nieuwe bekommering, nieuwe kwellende zorgen ontstonden uit de grenzelooze lichtzinnigheid van den baron, uit zijn verkwis ting, zijn algeheel gemis aan overleg; dat alles had Cecilia's leven doen kwijnen en haar bolder vorstand omsluierd, totdat zij ten laatste in de handen van die intrigeerende Adèle viel en nu alle houvast, allen vasten grond verloor. Ai-me CilliMet welk een berekening, met wolk een wreede consequentie moest de gezel schapsjuffrouw haar ziel omstrikt hebben! En alles ook harerzijds op grond eener dwaling. De brief der doodo word zorgvuldig wegge borgen. Wolfram dronk een kop heete koffie en nam, toen na eenige uren de trein ging, een het protest van Andre Buffet daartegen na mens den hertog van Orleans, aan do zijde scharen van lien die Picquart's bevrijding willen. De „Observer" valt in een artikel tal van Fransehe generaals en do verschillende minis ters van oorlog heftig ml over du zaak-Drey- fus. Het blad somt d -tukken op die het ge heime dossier bevat en noemt daarbij de be dragen die voor die stukken, welke alle valsch zijn, werden betaald. Generaal Mercier heeft op den scherpen, aan val van Paul de Cassagnae met, zooals verwacht werd, geantwoord met een uitdaging, maar met de minachtende verklaring dat hij de „Auto rité" nooit las en er dus ook niet door beloedigd lean worden. Misschien trekt Cassagnac zich 1111 die minachting zóó aan dat hij den gepensio neerden generaal zijn getuigen zendt. Zaterdag is de college-zaal waarin Buisson aan do Sorbonne oudheidkunde doceert, wedor getuige geweest van een verwoeden kloppartij tussclien voor- en tegenstanders van dezen pro fessoralen voorstander der revisie. <»cmcng«lc 33cdc«icciingen. De Berlijnsche correspondent der „Ind. Bei ge" meldt aan zijn blad dat de particularisten 111 Beieren nog niet tevreden zijn over do rege ling der quaestie van het Hoow Militair Ge- lechtshof. Zij weipen thans de twistvraag op of de Beiersche senaat te Berlijn recht zal doen hi naam des Keizers of in naam van den ko ning van Beieren? Natuurlijk willen zij het laatste. Een oplossing zou zijn dat, evenals in Baden en in Hamburg geschiedt, boven liet vonnis alleen staat „Urtheil" ("Vonnis). Prinses Augusta van Saksen-Weimar, gebo ren prinses van Wuriemberg, is op tweeënzo- ventigjarigen leeftijd overleden. De „Observer" verneemt van zijn correspon dent to Weenen dat de betrekkingen tussclien Duitscldand en Oostenrijk op dit oogenblik zeer gespannen zijn, en dat de Oostenrijksche legeering de Slaven wenseht te begunstigen, waardoor het onvermijdelijk is dat er gestreefd wordt naar hartelijker betrekkingen tot Rus land. De vraag is of Hongarije daarmede genoe gen neemt. In het Huis van Afgevaardigden wees Kossuth er op hoe graaf Thuu's dreige ment het Drievoudig Verbond 111 gevaar brengt. Kossuth wenschte de ineening der Hongaarsehe regeeriug dienaangaande te vernemen. Hoogst ongeloofwaardig klinkt een bericht uit Madrid aan de Brusselsehe „Petit Bleu", dat do Spaansche regeering, op grond van on derzoekingen en peilingen die het Britsche es kader te Ceiita vellicht, bevreesd is voor deze Spaansche bezitting op Afrika's Noordkust. Wellicht zou aan do Engolsche regeering een verklaring worden gevraagd. coupé voor zich alleen. Zoodra de wielen in be weging kwamen, legde hij zijn portefeuille on der zijn hoofd, strekte zich in zijn volle lengte uit en sloot met welbehagen de oogen. De onge dwongen rust na een behaalde overwinning, de kostelijke moeheid van hem die een strijd ge lukkig ten einde heeft gevoerd, maakten zich van hem meester en deden hem slapen totdat de trein 's avonds liet doel zijner reis bereikte. Thans moest een stoute poging gewaagd wor den. Wolfram begaf zich naar de woning van den rechter, stelde hem Cecilia's brief ter hand en verzocht niets minder dan zijn pupil te mogen bezoeken in de gevangenis, al was het ook voor slechts weinige minuten. Het kostte ccnige overreding zijnerzijds voor dat do man der wet zijn verzoek inwilligde; maar eindelijk gaf hij een permissie-biljet voor don directeur der gevangenis, en Wolfram mocht do spreekkamer der gevangenis binnen treden 0111 daar met kloppend hart naar de deur te zien totdat Rutli verscheen. Toen reikte hij haar beide handen toe, zwij gend corst, niet tot spreken in staat. Wat zag zij block; wat waren haar oogen groot. Zelfs de grijze gevangenbewaarder in den hoek gevoelde medelijden met haar. „God zal in alles uitkomst geven," fluisterde liij, „Er is immers niemand die aan die dwaasheid gelooft." Noch Wolfram, noch Ruth luisterden naar hem. Hand in hand stonden zij tegenover el kaar en hortend en stootend kwamen de vroor den over him lippen, „Staan er in den brief bijzonderheden?" Heden wordt, volgons besluit der admiraals, de blokkade van Kreta opgeheven; de invoer van wapens en munitie blijft evenwel verboden. Lord Kitchener wil in Egypte en Soudan eon stichting in 't leven roepen tor cere van Gor tion, die liet geven van goed Engelsch onder wijs zal beoogen. Van de daarvoor benoodigde 100,000 pd. st. is reeds bijna dc helft bijeenge bracht. Nu schrijft Delombre evenwel aan de „Temps" dat een groep Fransehen het initiatief heeft genomen om te Khartoum en te Fashoda twee scholen voor inboorlingen op te rielitcu. Een nieuwe vorm dus waarin dc naijver tus sclien Frankrijk eu Engeland ten opzichte van Egypte zich uit. Men hoopt in Bxitsch-Indië dat er geen ex peditie noodig zal zijn tegen den gokken Mul lah, daar deze teruggetrokken is. De Now-Yorkscho Kamer van Koophandel verzocht in een petitie Mc Kinloy een interna tionale conferentie la Washington bijeen te roe pen om te beslissen dat de goederen van parti culieren 111 tijd van zeeoorloT niet zullen worden prijsverklaard. Mc Kinley verklaarde sympathie te koeste ren voor het denkbeeld en het in overweging te zullen nemen. Zaak Hogerhuis. Gelijk wij meldden, werd 22 November jl. te Helder eene openbare vergadering gehouden van „Nederland en Oranje", waarin de lieer A. P. Staalman, lid van de Tweede Kamer, optrad ter behandeling van de zaak Hogerhuis, tot heb onderzoeken waarvan hij naar Friesland was geweest. Toen de heer Staalman zijne rede had ge ëindigd, werd van de gelegenheid tot debat ge bruik gemaakt, door do heeren Troelstra en Her mans, waarna, wegens het vergevorderd nach telijk uur, het verdere debat moest worden ver daagd. Dat debat werd nu Zaterdagavond te Hel dor in het gebouw „Wilhelmiua" hervat. Do zaal was eivol. Achtereenvolgens werd heb woord gevoerd door de heeren M. Valk Lzn. van Den ïlaag, M, van Praag, van Amsterdam en ds. A. de Koe, van Helder, die, evenals de hoeren Troelstra en Hermans in de vorige vergadering, nogal iets op liet onderzoek van den heer Staal man hadden af te dingen. Do heer De Koe noemde zelfs zijn optreden één mislukking. De heor Van Praag noodigde den lieer Staalman uit, dezelfde rede, welke hij ia Helder hield, ook te Stions en te Beetgum te houden, in welk geval het Landelijk Hogerhuis-comité alle kos ten voor hare rekening zou nemen. De heer Staalman zeide nader op die vraag te zullen be slissen. Hij handhaafde hetgeen in do vorige vergadering door hom werd aangevoerd, er den fluisterde liet jonge meisje mefe een kleur van spanning. „Alles; alles 11 kan volkomen gerust zijn, juffrouw Assmann." „O! Bn dat heeft 11 voor mij gedaan, miin eenige, ware vriend. Ik zal heb u nooit kunnen vergelden." „Dat weet u niet," zeide hij uit het diepst van zijn eerlijk hart. „Zou ik u mogen vragen om een kostelijk geschenk, als het oogenblik daarvoor gekomen is, Ruth." Een schaduw van innig leedwezen breidde zich uit over het jeugdige gelaat; met een zucht zag Rutn ter aarde. „Heb ik dan zulk een kostelijk geschenk te geven, mijnheer Wolfram?" „Mag ik later mijn verzoek uitspreken?" her haalde hij. En toen keek zij hem aan. „Ja ja Hij kuste teeder haar kleine handjes die nog altijd in de ziine rustten. Op dab woord van haar lippen kon hij vertrouwen, wat er ook mocht gebeuren; dat wist hij. Nu was evenwel de geoorloofde tijd om, eu toen hij do plaats der diepste menschelijko el lende verliet, klopte zijn hart in jubelende blijd schap. Geen Meischo dag had hem ooit zoo schoon, zoo heerlijk toegeschenen als deze ijs koude Novemberavoud. Hij liet zijn paard flink uithalen, zoo vlug loopen als het maar kon; hij liet den kouden Noordooster om zijn voorhoofd waaien. I11 zijn binnenste bloeide een paradijs van geluk met duizend zonnen van gouden lichtglans. Wordt vervolgd,}

Gemeentearchief Schiedam - Krantenkijker

Schiedamsche Courant | 1898 | | pagina 1