52"° jaargang. Woensdag 7 December 1898. N°. 9801. DE GELDDUIVEL. Verschijnt dagelijks, uitgezonderd Zon- en Feestdagen, UITGEVER; H. J. C. ROELANTS. BUITENLAND. s. vvórish'óffer. 78) iüWHifHMBirTSPMji vöm Schiedam, pai kwartaal f OM omliggende plaatsen, p. kwart. - 1.05 franco pet post, p. kwartaal. - 1.30 Afzonderlijke nommers0.02 BUREAUBOTEBSTBAM SO, Tïeïephoon Wo. 123. ADVBBTENTusprnjs: ran 1—5 gewono regels met inbo- grip tan eono Courant0.52 Iedere gewone regel moerq jq Bij abonnement wordt korting verleend. Algemeen overzicht. SCHIEDAM, 6 December '98. Het groote nieuws van beden is dab Picquart wellicht toch nog aan den militairen rechter zal kunnen onttrokken worden, en wel door de be moeiing van den kolonel zelf. De zaak zit aldus in alkaar. Heb komt voor dat. bij twee of meer reditscollege's tegelijk een zelfde zaak of twee met elkaar onscheidbaar sa menhangende zaken aanhangig worden gemaakt. In dat geval heeft het Hof van Cassatie liet recht één rechtbank aan te wijzen die de zaak of da zaken zal behandelen. Welnu, men weet dat Picquart, voordat hij voor den krijgsraad is gedaagd, vervolgd werd voor de correctioneele rechtbank wegens mede- deeling van ambtsgeheimen aan mr. Leblois, tegen wion mede een instructie werd geopend. Die zaak werd verdaagd, doch toen ter hand genomen door den militairen rechter. Kolonel Picquart heeft nu tob het Hof van Cassatie een verzoekschrift gericht, tot regeling van reelitsgebied, met een beroep op de artike len van het wetboek voor strafvordering, waarin aan het Hof bovengenoemd recht wordt toege kend. Vrijdag lieefb Picquart zijn vex-zoelc inge diend, en men denkt dab liet Hof er Donder dag op zal beschikken. Of het Hof Picquart nu, zooals deze wensckb, naar den burgerlijken rechter zal verwijzen, moge betwijfeld wordenzeker is hot dat de zit ting van den krijgsraad door dit verzoek ver daagd zal moeten worden. „Figaro", „Hatin" en „Radical" noemen Pic- quart's verzoek volkomen wettig; de „Gaulois" daarentegen meent dab het door den kolonel aangehaalde art. 527 niet in hot onderhavige geval voorziet. Op grond van deze stap van den kolonel heeft Josef Fabre zijn voorgenomen interpella tie in den Senaat, en Fournière de zijne in de Kamer uitgesteld. In de Kamer zou Charles Gras voorstellen te heslissen dat in vredestijd alle besluiten van den krijgsi'aad aan heb Hof van Cassatie kun nen onderworpen warden, terwijl de commissie van initiatief het voorstel van Waldeck-Rous- seau in overweging heeft genomen, nl. het Hof uitdrukkelijk het recht te verlcenen elke straf vervolging te schorsen die loopt over feiten welke onmiddellijk verband houden met een re visie-proces. Gebleken is thans dat de voor dit voorstel gevraagde urgentie eigenlijk goedgekeurd is, maar dat de uitslag der stemming onjuist is geweest. Gisteren steunde in den Senaat de rappor- tour Morel! et het bij den voorzitter Loubet in gekomen verzoek om urgente behandeling van het voorstel. Steeds krachtiger wordt de beweging ten gun ste van den kolonel. DOOR Hans A-diim was hij allo rechterlijke ambte naren in de stad geweesthij had den directeur der gevangenis dooi' de belofte van een belang rijke geldsoon trachten te winnen en verwonder de zich uitermate dat hij desondanks niet heb minste gedaan had kunnen Inrijgen. Ook op den handelsraad wilde hij, daar deze zich niet op Moldb had vertoond, nog eens persoonlijk een aanval doenmaar hij moest aan do deur weer omkeeren. f Mijnheer de handelsraad is voor mijnheer den baron niet te spreken, klonk liet, en toen •Hans Adam voor de tweede maal het vragen, .gewerd hem door den bediende liet onverholen antwoord dat mon van vorderen omgang ver schoond wilde blijven. Als door een dolkstoot getroffen ging de ba ron heen. Dio ellendige woekeraar, die beurzen snijder Het was om van woede te stikken! En zoo kwam Hans Adam in den avond van dien dag vol verschrikking op Moldt terug zon der ook maar het geringste vleugje hoop mot zich mede te dragen. Tante Anna zat bij de kachel te huilen, de bedienden slopen, op hun te enen door het huis heenoveral waren de gordijnen neergelaten een toestand dien Hans Adam rekende onder Bij den Parijschen gomeonteraad is een voor stel ingekomen om den wcnsch uit te spreken dat do regeering de vervolging tegen Picquart schorse. Kan de regeciïng liet? Zij zelve zegt van neen; maar clo „Gazette Lausanne" toont aan dat generaal Zurlindon, alleen doende als ka mer van inbeschuldigingstelling, kolonel Pic quart voor den tweeden krijgsraad heeft verwe zen op de aankachb van generaal Zurlinden, mi nister van oorlog, aan generaal Zurlinden, gou- verneur van Parijs, terwijl de rechters zijn aan gewezen door generaal Zurlinden, en de rappor teur was kapitein Tavernier, de aide-de-camp van generaal Zurlinden. „En dit alles," zegt het blad, „noemen Du- puy en De Freyeinet te heilig en onaantastbaar dan dat zij liet beginsel van scheiding van het burgerlijk en liet militair gezag kunnen schen den." Wil men weten waarom Picquart zoo hard nekkig vervolgd wordt? Daarop geeft de „Ob server", liet blad dat reeds vroeger onthullin gen bevatte van Esterhazy, heb antwoord in een artikel dat speciaal tegen De Boisdeffre is gericht, en waarin gezegd wordt dat in tien jaar zes millioen aan geheime fondsen zijn uitgege ven men vrage echter niet waarvoor. Picquart zou kunnen zeggen, zoo het ambtsgeheim hem niet bond, aan welken generaal liij zelf 8000 fres per maand heeft uitbetaald. En de schrij ver oppert liet vermoeden dat men Picquart daarom zoo hitter vervolgt, omdat hij wellicht geweigerd heeft „langer belangrijke bedragen uit te betalen voor onbeteekenende stukken". M. a. w. de schrijver zegt dat hooge officie ren zich uit de geheime fondsen een bij-inkomen verschaften door levering van valsclie documen ten. In de „Soleil" roept een katholiek die van den aanvang af Dreyfusard is geweest, Hervé de Kerohant's hulp in om een groote katholieke beweging op touw te zetten ten gunste van waarheid en recht. De monarcihaal-clericale jour nalist meent evenwel dat tot zulk een beweging het initiatief behoort genomen te worden door den Paus. In de „Siècle" roept Yves Guyot kolonel Von Scliwartzkoppen op om desnoods uit eigen beweging voor den krijgsraad te komen getui gen; hij moet dit doen, meent Guyot, wil hij niet zedelijk medeplichtig zijn aan de misdaad van Picquart's haters. Intusschen is Picquart gisteren nog weer ge hoord door heb Hof van Cassatie. Daarna was generaal Gallifet aan de beurt. t President Me Kinley heeft gisteren zijn Bood schap gezonden aan het Congres. Geconstateerd wordt daarin dab, ondanks de oorlogslasten, de natie zich mag verheugen in den fcoenemenden bloei der Republiek, zich uitend door de hooge cijfers der handelsbewe ging. De fiscale (protectionistische) wetgeving door het Congres heeft het hooge cijfer van ont vangsten ten gevolge gehad dat venvacht werd. de verschrikkelijkste zijns levens. Hij kon er niet tegen wanneer niets hem opmonterde; hij haatte stilte en alleen-zijn. In dien nacht benauwden hem angstige droo- menin halfwakenden toestand hoorde hij stemmen, die hem verwijten toeriepen. En plot seling schrikte hij op en luisterde. „Willibald, bon jij hier?" Toen liet hij zijn repeteer-horloge slaan. Eerst drie uur de bankdirecteur kon om dezen tijd onmogelijk op Moldt zijn gekomen. Hij wilde hem immers ook niet te woord staan. In geen geval. Wat gaf liet of hij al een uur vol nutteloozo kwelling doorstond? In dezen donkeren, eindeloos langen winter nacht werd Hans Adam het met zichzelf eens dat het toch wel beter zou geweest zijn, wan neer hij destijds dc dreigende katastrofe niet had tegengehouden, dan voor zulke ontzettende gewetenswroegingen do deur wagewijd open te zotten. Dan zou hij althans heb pas ontloken geluk van den vriend zijner jeugd niet met zich. in den afgrond hebben gesleurd. Nu moest dat onheil intreden en volko men nutteloos. Dat was hot bijtend vergif dat in de wonde druppelde ten eenemale nutte loos. Of de katastrofe eenige maanden vroeger of later intrad, wat werd daardoor gewon nen Toen dacht de baron aan Ruth. Het moest hem immers gelukken haar verzet te overwin nen, maar toch in geen geval tijdig genoeg. Voordat alles in orde kwam. zou Moldt reeds onder den hamer komen. En huiverend sloot de eenzame man de ooeren. Overal schrikbeelden, waarheen hij '6 Dan spreekt de Boodschap over den oorlog, die velen onder hot nationale vaandel heeft ver- eenigd ter verdediging cener goede zaak. Dio militaire dienst heeft den geest versterkt on de bandon van broederschap nauwer toegehaald. Mc Kinley bespreekt dan den oorlog, zijn oorzaken en zijn verloop. Gewaagd wordt van Spanje's onmacht om Cuba tot rust te brengen, van de ellende dor „reconcentrado's", van de ontploffing der „Maine". Onder de oorlogsfei- ten worden o. a. genoemd, dat Manilla niet met geweld genomen is om bloedvergieten te voor komen en de housche ontvangst van luitenant Ilobson door admiraal Cervera. In die Boodschap wordt medegedeeld dab Cuba niet voor 1 Januari zal ontruimd zijn, en dat de nicuw-verworven bezittingen onder mili tair bestuur zullen blijven totdat bet vredes- traeUafc geratificeerd zal zijn. Eerst daarna zal het bestuur definitief worden gevestigd. Meer in 't bijzonder over Cuba sprekende, dringt Mc Kinley aan op do noodzakelijkheid van nauwe, op liet beginsel van wederkeerig- hoid berustende handelsrelaties te scheppen met de Cubanen, en hun streven naar een onaf hankelijk bestuur te steunen. Vervolgons memoreert de President den ge lukkigen afloop der grenstwistcn tusschen Chili en Argentinië, en herinnert aan don moord op keizerin Elizabeth. Na eenige punten van minder belang aange stipt te hebben, beveelt de President het Con gres aan, nog in deze zitting een definitief be sluit ta nemen over den aanleg van liet Nicara- gua-kanaal, waarover eerstdaags door de com missie een rapport aan liet Congres zal worden overgelegd. De aanleg van liet kanaal wordt in de Boodschap noodzakelijker dan ooit genoemd, terwijl liet belang der Vereenigde Staten ge biedend eischb dat de regeering den aanleg van dit kanaal verzekert. Daarna spreekt de President over het Verre Oosten, waar de regeering der Vereenigde Sta ten geen onverschillig toeschouwer is geweest. Do belangen van den grooten Amerikaansolien handel in die streken mooten beschermd wor den tegen exclusieve douane-rechten. De Ver eenigde Staten hebben recht op een vriend schappelijke behandeling ten deze, en het zal het streven van de regeering zijn de Ameri- kaansche belangen te handhaven. Daartoe vraagt de Boodschap ook de benoeming eenor commissie om de middelen te bestudeeren ter ontwikkeling van den Amerikaanschen handel in China. Aan don gezant der Vereenigde Staten te Peking zijn instructies gegeven om aan eiken Amerikaansolien onderdaan die bedreigd wordt, de meest volkomen bescherming te verzekeren. Daartoe zijn ook oorlogsschepen naar Tien-Tsin en infanterie-troepen naar Peking gezonden. Herdacht wordt de handelsovereenkomst mot Frankrijkmet andere regeoringen, met name dc Duitschc, vorderen de onderhandelingen zeer goed. Afzonderlijk wordt gowag gemaakt van de oog wendde, booze herinneringen en nog slech ter verwachtingen, zonder tal. Even somber als de nacht ging ook de mor gen van den volgenden dag voorbij. Er kwam niemand, alles lag stil als de dood onder de witte wade van sneeuwzelfs de brief van Wil- libald's liand dien Hans Adam stellig verwacht had, bleef uit. Waarom zou de bankdirecteur niet antwoorden? Hij was boos, tot in liet diepst zijner ziel ge griefd en vol van vertwijfeling; dat alles was te begrijpen. Maar hij had toch ook kunnen voorzien dat zijn vriend hem een meer dan schitterende schadeloosstelling had beloofd hij had niet zulk een hardnekkig stilzwijgen mogen bewaren. Hans Adam vroeg tweemaal of er werkelijk geen brief uit de stad was gekomen. Niets. De bediende wist het zeker. Door inwendige onrust gekweld, liep de ba ron doelloos van de eene kamer naar de andere. Hij dacht niet meer aan het lot van Rutli die belachelijke beschuldigingen moesten im mers vanzelf opgegeven worden, maar alleen wat op dien morgen in heb gebouw der bank zou voorvallen. Arme Willibald! Wat zou hij de kasna- zieners antwoorden Koude en wanne rillingen voeren den baron door de aderenhij bemerkte het niet, toen een huurrijtuig den grintweg opkwam en eerst toen het rijtuig dichtbij was, schrikte hij plot seling op. Zou het Ruth zijn die terugkeerde? Hij opende een venster en leunde naar bui ten om toen met grooten schrik terug te dein- BMBIBBBI mi Uil U i t met Groot-Britanniö, die zeer betrekkingen goed blijven. Met het oog op de geringe grootte van leger en vloot der Vereenigde Staten, ziet de Presi dent in het ontwapeningsplan van don Czaar geen anclcro practische beteekenis voor de Unie, dan dat liet een stap nader is tot do onderlinge goeclo betrekkingen tusschon do verschillende natiën. Do President zegt voorts in te stommen mot het voorstel van Alger, den minister van oor log, om het leger te vergrooton en drie nieuwe pantserschepen en twaalf kruisers te doen bou wen. De vergrooting van grondgebied moti veert die uitbreiding der ■weermiddelen. Ziedaar de korte inhoud der presidentieolc Boodschap, waarin de aandacht trekt: chit do Vereenigde Staten ten opzichte van Cuba een gelijke houding aannemen als Engeland tegen over Egypte; dat van dc Pliilippijnen niet ge rept wordt; dat Amerika niet geneigd schijnt zich in China geheel op den achtergrond te hou den dat de aanleg van het Nicaragua-kanaal, ui' commercieel en strategisch belang beide voor dc Vereenigde Staten van groot gewicht, nu wellicht mes kracht zal voortgezet worden. Zeer gunstig is voor de Vereenigde Staten het besluit dor republiek Columbia: afwijzend ts beschikken op hot verzoek dor Panama-Maat schappij, om den haai* voor don aanleg van liet Panama-kanaal toogestauen termijn mot. zes jaar te verlengen. De maatschappij heeft nu nog maar zes jaar om het kanaal te voltooien. Wat de Pliilippijnen aangaat, al zwijgt de Boodschap er van en al bestaat er een krachtig verzet tegen de annexatie dezer eilandengroep, bet lijdt geen twijfel dat ook hierin bet impe rialisme zal zegevieren. Voor de opstandelingen beginnen do zaken daar steeds slechter te staan, ook al zou heb waar zijn, dat do Duitsche consul en de voor naamste Duitscbers die te Manilla wonen, open lijk blijk hebben gegeven van hun vriendschap pelijke gevoelens voor de Philippino's. De in- surgenten zouden hieruit de conclusie trokken dat cle Duitscliers ten gunste dor onafhankelijk heid der Pliilippijnen zijn geporteerd. Wat niet wegneemt dat liet geldgebrek waaraan de insur- genten lijden, en het verzet van verschillende lijders .togen Aguinaldo de positie der opstande lingen zeer verzwakt. De inlaiidsche pers gaat intusschen voort te protesteeren tegen de annexatie door cle Ver eenigde Staten, daar Spanje een souverciniteib heeft afgestaan die heb niet meer bezat, dio kiachtens recht van verovering op do insurgen- ten is overgegaan. Deze zullen zich dan ook niet als koopwaar laten behandelen, en hun bloed zal met stroomen vloeien voordat zij zich onderwerpen. Het heeft er wel iets van of de Pliilippijnen een Atjeh voor de Amerikanen zal worden. Bovendien begint onder de Amerikaansche bezettingstroepen, de vrijwilligers lil., ontevre- zen. Het was Willibald's vrouw die daar aan kwam. Zij had hem reeds gezien en hem een haastigen groet toegewenkt; hij kon niet meer „niet thuis'' laten geven. Ook dat nog! Hij voelde iets dat geleek op do gedachte aan vluchten; hij wist en begreep dab de toestand zóó niet langer kon voortduren. Toen diende de knecht de bezoekster aan en Hans Adam moest uit beleefdheid zeggen „Zeer aangenaamofschoon zijn keel als toe gesnoerd was. Met een gekunsteld lachje liep hij de damo te gemoet. „Mevrouw! U komt om ons uw deelne ming te betuigen lioe lief van iri" Mies kreeg een hooge kleur; groote tranon sprongen liaar in de oogen. „Die arme Ruth," zcide zij met onvaste stem. „Ja, ik weet „Wil u hier plaats nemen, mevrouw? Tante Anna zal zoo dadelijk wel komen." Maar de jonge vrouw schudde het hoofd. „Ik kan niet lang blijven, baron ik kom alleen om u een vraag te mogen doen. De baron boog. „Tot uw dienst, mevrouw." Mies zag liem angstig aan. „Is Willibald vanmorgen hier geweest, baron? Of heeft u van hem ook iets gehoord?" Hij haalde do schouders op. „In 't gehcol niet," bracht hij met moeite uit. „Waarom vraagt U dat, mevrouw?" Als gebroken zonk zij in elkaar. „Willibald is op den gewonen tijd vanmorgen van huis gegaan, maar heeft zich niet op de bank laten zien, baron. Wat kan dat beteekenen?" Wordt vervolgd.)

Gemeentearchief Schiedam - Krantenkijker

Schiedamsche Courant | 1898 | | pagina 1