De Schiedamse
Gemeenschap
3^lacirclie <:lTlcició'<^Boulevcircl
49
ORGAAN VAN DE STICHTING „DE SCHIEDAMSE GEMEENSCHAP"
6e JAARGANG No. 3, JUNI 1954
Nu goed, de naam moet nog veranderen, maar we weten, dat
woord gebruikend, tenminste waarover we praten.
Gemeentewerken is nu zover met de aanleg gevorderd, dat het
publiek kan worden toegelaten en dat is maar goed ook, want het
is tenslotte toch nog zomer geworden en van het oude „Hoofd"
alleen kon toch moeilijk verwacht worden, dat het in zijn eentje
de geleidelijk zeer populair geworden, maar nu verdwijnende
„Maaskant" vervangt.
Er is lang over gedelibereerd of men op een goede dag geruisloos
het prikkeldraad zou oprollen en daarmee de Maasboulevard als
geopend zou beschouwen, dan wel of men een officieel tintje zou
geven aan deze gebeurtenis, die voor Schiedam zo uitermate be
langrijk is en nog meer kan worden.
Op zichzelf lijkt dit al meer dan voldoende om er een officiële
opening aan te verbinden, ware het niet dat dit ook een keerzijde
heeft, nl. deze, dat men dan zo gauw geneigd is aan te nemen, dat
de zaak daarmee „rond" is. De belangstelling verflauwt en men
went aan de nieuwe situatie; verlangens, die men aanvankelijk
koesterde, raken op de achtergrond.
Dat zou, vooral in dit geval bijzonder jammer zijn.
Want wat er op dit ogenblik aan de Maas klaar is, het is slechts
een begin: een goed begin, maar toch niet meer dan dat. Wij moe
ten ons dat wel realiseren.
Er liggen hier nl. zoveel mogelijkheden en het gezicht op de
rivier is vooral hier zó uniek, dat het te betreuren zou zijn, wan
neer hiervan niet in volle omvang partij werd getrokken: ten
bate van de Schiedamse bevolking in het algemeen, ten bate van
de middenstand in het bijzonder en tenslotte ten bate van het
vreemdelingenverkeer, dat thans maar zeer moeizaam naar
Schiedam is te leiden, en, eenmaal hier, nog moeilijker is bezig
te houden, vooral als het er om gaat de vreemdeling aan het eind
van zijn circuit nog even te laten uitblazen op een punt, waar hij
niet alleen het glas bier of kop thee weet te appreciëren.
U begrijpt waar we heen willen. Er moet en op korte termijn
aan de Maasboulevard een goed, gezellig café-restaurant van
behoorlijke capaciteit worden gebouwd, eventueel met overdekt
dakterras of met een uitzichttoren, vanwaar men de zo levendige
rivier in beide richtingen zo ver mogelijk kan overzien.
Dat voor een dergelijk kostbaar object de reflectanten maar
voor het grijpen zijn, zal wel niemand geloven. Men steekt zijn
geld niet zo gemakkelijk in iets, waarvan men alleen maar hoopt
dat het zal lopen. Voor een dergelijk plan is alleen animo te ver
wachten, wanneer het een behoorlijke ondergrond heeft en dus
in groter verband bekeken wordt. Wordt het opgezet voor plaat
selijk gebruik en een aantal toevallige passanten, dan krijgen wij
het hier gebruikelijke houten tentje met klapstoeltjes, dat ten
enenmale daar niet past en voor een groter object, dat een prach
tig sluitstuk zou kunnen vormen van onze promenade, huivert
men terecht.
Teneinde echter voorlopig toch tot een voorziening te komen,
heeft men zich er in de kring van het gemeentebestuur mee kun
nen verzoenen dat een tijdelijke restauratie wordt geplaatst,
in afwachting van een betere voorziening op dit punt. Het schept
echter, volgens onze informaties, geen precedent voor de toekomst,
omdat in het contract met de pachter de bepaling is opgenomen
dat bij het ten tonele verschijnen van een serieuze gegadigde voor
definitieve restaurant-bouw, de noodvoorziening moet wijken.
Dit gebouwtje, dat meer het karakter van een kiosk heeft, krijgt
in het recreatiegebied dan een andere plaats toegewezen.
Hoe nu voor definitieve restaurant-bouw op korte termijn de
belangstelling te wekken? In de eerste plaats door na te gaan of
het mogelijk zal zijn het bezoek aan de Maasboulevard zo te sti
muleren, dat een lonende exploitatie zonder al te grote krachts
inspanning te bereiken is.
Dit bezoek kan gelukkigerwijs van twee kanten komen: van
de land- en van de rivierzijde. Voor wat er van het water komt,
zal er voldoende meergelegcnheid moeten zijn, niet alleen voor
thuisvarende jachten van de Brielse Maas en de Hoek, maar ook
eventueel voor rondvaartboten. Waarom zou er b.v. niet met
de Spido te praten zijn, wanneer hier een uniek zitje geboden
wordt?
Van de landzijde kunnen touringcars worden aangetrokken.
Het wordt steeds meer gebruikelijk dat personeels- en andere
verenigingen er per touringcar een gehele dag op uittrekken om
hier te lunchen en daar te dineren. Het moet mogelijk zijn, dat
Schiedam daarin geleidelijk meer wordt betrokken, vooral, wan
neer het om clubs gaat uit het centrum, Zuiden of Oosten van het
land, voor welke de rivier een onvergetelijke aanblik moet ople
veren, juist vanaf onze Boulevard. Dit zal te gemakkelijker gaan,
wanneer de toegangsweg naar de Boulevard gebaand is, wanneer
zij een waardige achtergrond heeft in de hier gedachte imposante
flats, wanneer een zwembad in de onmiddellijke omgeving zal
zijn aangelegd en last not least, wanneer in de stad ook het nationale
gedistilleerd-museum, aan welker opbouw nu enthousiast wordt
gewerkt en dat een speciale reis naar Schiedam nog attractiever
maakt, zal zijn gevestigd. Dit zijn maar enkele gedachten, die
gemakkelijk nog met enkele zijn uit te breiden, maar die toch
doen zien, dat ook in Schiedam iets te bereiken is, wanneer men
het geheel in verband bekijkt en de krachten gebundeld worden.
Moge men ook te Schiedam thans de moed hebben om met el
kaar iets groots tot stand te brengen.