RODDEL
Er is iets mis bij Kees. Zijn vrouw is al
dagenlang zoek.
9
NIEUWS
„Nee meneer, mij zult u nooit horen rodde
len. Er zijn niet veel dingen, waar ik zo'n
hekel aan heb en waar ik zo veel ellende uit
heb zien voortkomen".
En toch is het waarschijnlijk de meest ver
breide ondeugd onder de mensen. Waar er
twee bij elkaar zijn, wordt in negen en negen
tig van de honderd gevallen over anderen ge
sproken. En het merkwaardige is, dat het
zelden voorkomt, dat er alleen maar goede
dingen over iemand worden gezegd.
„Van de doden niets dan goeds" is een aloude
zegswijze, die in feite inhoudt dat het met
de levenden anders is gesteld. Waarom zou
den we voor de levenden niet evenveel piëteit
tonen als voor de doden?
Waarom wil iedereen zo graag zijn neus ste
ken in andermans zaken, vooral wanneer het
zaken zijn, waar een luchtje aan zit? Om
zichzelf zacht aan die ander te kunnen spie
gelen
Want door kwaad te spreken van een ander,
neemt men afstand van die persoon en vormt
men met de derde, tot wie het woord wordt
gericht een front tegen het kwade. Door te
roddelen meent de mens van zichzelf een
kampioen van het goede te maken.
Maar niets is minder waar en daarom zult u
het mij nooit horen doen.
Er komt nog iets anders bij, dat het roddelen
gevaarlijk maakt. Want de feitelijke gegevens
zijn doorgaans zeer gering en de veronder
stellingen, die het verhaal volledig moeten
maken, legio. Het gerucht is de basis van de
meeste lasterpraatjes.
Er is eens een dichter geweest, die het gerucht
verpersoonlijkte; een gedaante, die steeds
grotere vormen aannam en zich steeds sneller
voortbewoog, zodat niemand, zelfs de gees
telijke vader niet, haar kon bijhouden. Dat
is de moeilijkheid. Een enkel woord lijkt op
zichzelf zo erg niet, maar niemand weet wat
er uit groeien kan.
Kees was gisteren niet thuis.
Er zal toch niets zijn?
Misschien heeft hij ruzie met zijn vrouw
Volgende fase:
Zeg, heb je 'tal gehoord? Kees heeft ru
zie met zijn vrouw.
Oh ja? Ik heb haar al een paar dagen niet
gezien.
Derde fase:
Zou ze naar haar moeder teruggegaan zijn?
Vierde fase:
Weet je al dat de vrouw van Kees naar
haar moeder terug is?
Nee, maar het verwondert me niks. Dat
huwelijk was pet.
En zo is Kees, zonder dat hij het zelf weet,
in een paar minuten tijcis een gescheiden man
voor het oog van de wereld. En dat alleen
omdat hij toevallig op die bewuste avond een
boodschap voor haar heeft gedaan.
Natuurlijk komt het allemaal wel weer goed,
maar toch blijft er van dergelijke verhalen
altijd iets hangen. En als Kees na twee weken
per ongeluk vergeet om zijn overall weg te
hangen, wordt er gezegd: Er zal toch wel
iets van waar geweest zijn
En daarom moet ik er niets van hebben.
Het merkwaardige is dat de neiging tot rod
delen toeneemt, naarmate de gemeenschap,
waarin wordt geleefd of gewerkt, kleiner is.
In een dorp wordt veel meer gekletst dan in
de stad. Dat komt omdat de mensen meer op
elkaar zijn aangewezen en niet veel afleiding
hebben, behalve het zich verdiepen in eikaars
zorgen en moeilijkheden. In de onderneming
is het eigenlijk hetzelfde. Dag in, dag uit de
zelfde mensen om je heen. En het enige ge
meenschappelijke belang is het werk en de
collega's. Dus wordt daarover gepraat. Dan
kan het gebeuren dat twee mensen, die met
elkaar staan te praten, ineens zwijgen, wan
neer je langs hen heen loopt. Of je krijgt te
horen dat er achter je rug over je gekletst
wordt. Daarmee is het begin geschapen van
de slechte sfeer in een omgeving, waarin je
meer dan de helft van de tijd, die je wakend
doorbrengt, moet leven.
Er zijn weinig mensen, die zullen toegeven
dat ze roddelen, want de meeste weten niet
eens, dat ze het doen. En daarom is het des
te moeilijker om het te laten.
Iedereen zou zich, bij alles wat hij wil gaan
zeggen, om te beginnen moeten afvragen:
Is het van enig nut, dat ik dit vertel? En
vervolgens: Gaat het over iemand, die
misschien liever niet zou willen hebben, dat
dit wordt verteld? Als dat gebeurde zouden
er heel wat ongelukken en moeilijkheden
voorkomen worden. Dan zou het gerucht min
der kans hebben om uit te dijen tot een mon
ster, dat door niemand meer in bedwang kan
worden gehouden.
Ik houd me zorgvuldig aan dit systeem en ik
voel me er wel bij. Maar hoe denken de an
deren er over?
Onzin, zeggen ze. Ik roddel nooit,
want je schiet er niks mee op. Vrijheid, blij
heid, ik bemoei me nergens mee.
Maar ondertussenGisteren had ik het
er nog met Kees over. Hij was het roerend met
me eens, maar vijf minuten later stond hij
Wat zegt U?
Ikke...? Waarachtig. U hebt gelijk.