NIEUWS 22 De kinderen zongen en lachten en er werd een mooi verhaal verteld. Doch het kleine kerstkaarsje hield de ogen stijf dicht en ze luisterde ook helemaal niet, want dan werd het dubbel moeilijk om zich goed te houden. Pas toen het helemaal stil geworden was in de kamer, de kinderen waren toen al naar bed, deed het kleine kerstkaarsje haar ogen open en gluurde tussen de sparrenaalden door. De kamer was erg donker, maar er viel een streep maanlicht op de kerstboom. Vol verbazing keek het kerstkaarsje om zich heen. Waar waren al die mooie, rechte kerstkaarsjes nu? Kleine, zielige stompjes, met een krom, zwart pitje eruit, dat was alles wat er was overgebleven Zelfs de grote, trot se kaars was onherkenbaar geworden. Toen zuchtte het kleine kerstkaarsje en zei: „Ik mag niet ontevreden zijn. Ze hebben me wel vergeten, maar ik heb langer geleefd dan de anderen en ik ben nu de grootste van allen. Wie weet wat er nog met mij gebeuren gaat?" Nauwelijks had het dat gezegd of er werd aan het raam gemorreld en het vol gend ogenblik stond er een kabouter op de vensterbank. Er hingen ijspegeltjes in zijn baard en hij zag er erg ontevreden uit. „Mij laten ze maar in de kou zit ten!" bromde hij. „Niemand denkt er aan dat een kabouter ook wel eens kerst feest zou willen vierenIedereen heeft natuurlijk weer cadeautjes gehad, maar er is niets voor Grimmeltje! Maar och, wat zou het? Ik ben wel gewend om vergeten te worden! Bah!" Het is jammer dat ik het zeggen moet, maar Grimmeltje was altijd al zo'n brom pot geweest. Hij gebruikte de helft van zijn dagen om te mopperen en de andere helft om te slapen. Met een nijdig ge zicht kwam hij nu van de vensterbank af en ging naar de kerstboom. Daar stond hij naar boven te kijken en er zaten een paar boze rimpeltjes in zijn voorhoofd. „De kaarsjes zijn allemaal opgebrand, de kerstkransjes allemaal opgegeten en de cadeautjes uitgepakt! Afgelopen is het feest en ik kan wel weer naar huis gaan! Bah!" Toen ontdekte hij het vergeten kerst kaarsje. „Hela, wat voer jij daar uit?" riep Grimmeltje dadelijk. „Ze hebben me vergeten," bekende het kerstkaarsje verlegen. „Jou ook al? 't Is me wat mooisMij hebben ze ook vergeten, zo als gewoonlijk! Niet eens een klein ge schenkje was er voor mijOf jij zou het moeten zijn, een gebroken kerstkaarsjeEn Grimmeltje begon bitter te lachen. Maar het kerstkaarsje zei zacht: „Ik wil je alles geven wat ik heb, kabouter, als ik je er gelukkig mee kan maken." „Oh," zei Grimmeltje verrast. Hij wist echt niet wat hij hierop zeggen moest. Hij beet op zijn baardje, krabde op zijn bol en het was net of de uitdrukking van zijn gezicht wat veranderde. Hij kuchte eens, dacht een hele poos na en ten slotte zag hij er haast net zo verlegen uit als het kleine kerstkaarsje. „Hm ja, zo zo," bromde hij, „mis schien als ik zal ik hm je even aansteken?" Het kaarsje beefde van ontroering. „Zou je dat heus wil len doen?" „Natuurlijk," zei Grimmeltje, „wacht maar even, ik kom bij je." Hij pakte een doosje lucifers van de tafel en begon in de kerstboom te klimmen. „Voorzichtig," riep het kleine kaarsje uit, „als je naar beneden valt, breek je midden doorDat is mij ook overkomenMaar Grim meltje viel niet. Hij was wel gewend te klimmen. In een wip had hij het kerstkaarsje bereikt en ging vlak naast haar zitten. Toen streek hij een lucifer af en stak het kaarsje aan. Het kerstkaarsje kon een hele tijd niets zeggen, zó gelukkig was het. Grimmeltje zei ook niets. Hij staarde in het vlammetje en de boze rimpeltjes waren uit zijn

Gemeentearchief Schiedam - Krantenkijker

Wilton Fijenoord Nieuws | 1957 | | pagina 24