DE CHEF
Er wordt ernstig gedacht.
De meesten van ons hebben in hun loopbaan te
maken met hun CHEF. Mijn gevoelens van achting
en eerbied voor iedere „Chef" gaan gepaard aan
een flinke dosis medelijden omdat hij het blijk
baar nooit goed kan doen.
Als hij grappig is, is hij familiaar.
Als hij ernstig is, is hij een zuurpruim.
Als hij jong is, weet hij het natuurlijk niet.
Als hij oud is, is hij een oude sok.
Als hij met iedereen praat, is hij een kletsmeier.
Als hij het niet doet, voelt hij zich te hoog.
Als hij mensen op grond van prestatie en bekwaam
heid promotie laat maken, kent hij zijn mensen niet.
Als hij zijn mensen kent, kiest hij „vriendjes".
Als hij er op staat, dat men zich aan de voor
schriften houdt, is hij lastig.
Als hij het niet doet, is hij een slappe vent.
Als hij verlangt, dat zijn mensen hun plicht doen,
dan is hij een uitslover.
Als hij het niet doet, krijgt hij van zijn baas te
horen dat hij te veel aan de kant van het personeel
staat.
Als hij zijn ogen de kost geeft, is hij een spion.
Als hij het niet doet, dan maakt hij het zich te
gemakkelijk.
Wil hij daarom alle klachten voorkomen, dan moet
hij bezitten:
De wijsheid van Salomo.
Het geduld van Job.
De huid van een olifant.
De slimheid van een vos en de moed van een leeuw.
Heeft hij deze eigenschappen, dan zegt men:
„DIE VENT HEEFT ALTIJD GELUK".
Uit „Contact", personeelsorgaan van het telegraafkantoor.
9