(iERMOLEK? Invloed van het getij De kok hebben. Is de grondsoort evenwel fijn zand, dan kan zulks wel 60 minuten duren. Ook als de gang die gedraaid moet worden, smal is, wordt er lan ger gebaggerd voordat de bak vol is. Als er nu klei of modder gebaggerd moet worden in een rivier van 6 meter diepte, welke diepte tot 9 me ter opgevoerd moet worden, dan wordt er tot on geveer 9,20 meter diepte gebaggerd, omdat er altijd wat van de emmers valt en weer in het water terecht komt. Bij baggeren in fijn zand met dezelfde gronddikte komt het voor, dat tot 10 a 10,5 meter diepte gebaggerd moet worden om uiteindelijk een vaargeul tot 9 meter diepte te krijgen. (Tijdens het baggeren moet het op en neer gaan van het watergetij in het oog worden gehouden. Bij vloeiend water moet immers de emmerladder verder zakken, terwijl zij bij vallend water weer omhoog moet. Hiervoor dient de reeds eerder ge noemde peilschaal. Altijd wordt een vast peil aangehouden, n.l. het Nieuw Amsterdams Peil N.A.P. Is het water nu —1.50 meter (dat is onder N.A.P.), en moet het 9 meter diep worden, dan behoeft het maar 7.50 meter te zijn. Is het water 1.50 meter (dus boven N.A.P.) dan moet het 9 1.50 10.50 meter worden. Moet er in Nijmegen, waar de normale water stand 7.50 meter plus is, 2.50 meter plus gebag gerd worden, dan is dit tot 10 meter. Het baggeren op een kanaal is heel wat eenvou diger, omdat daar het water bijna altijd op het zelfde peil staat en het verschil van de water stand zeer gering is. Hier in Holland wordt er practisch altijd gebag gerd met de kop van de molen op de ebkant, omdat er altijd langer ebstroom staat dan vloed en het baggeren gemakkelijker gaat, wanneer de stroom op de kop van de molen staat. Wanneer dan de vloed komt, wordt de achterdraad iets aangehaald, zodat de molen dan niet vooruit kan stromen. Op de Nieuwe Waterweg kan het over de vloed wel zo hard stromen, dat er gedurende dit getij niet gebaggerd kan worden en gewacht moet worden tot de stroom weer afneemt. Leven aan boord Wat betreft het leven aan boord van een bagger molen, dit is heel anders, dan dat men op de fabriek werkt. De baggeraars brengen het groot ste gedeelte van hun leven op een baggermolen door, wat nog niet lang genoeg blijkt te zijn, want wanneer er iemand bij je thuis op bezoek komt, en eveneens een baggerman is, dan wordt er ook thuis nog gebaggerd, maar nu met de mond. Aan boord moet er veel huishoudelijk werk ge daan worden, dat anders, wanneer deze mensen thuis zijn, door hun vrouw of moeder wordt ver richt, bijv. het bestellen van de diverse etens waren, het zelf snijden en klaarmaken van het brood en ook, wanneer er in het buitenland ge werkt wordt, schoenenpoetsen, kleren afborstelen, kleren uitwassen enz., allemaal dingen, die nor maal thuis door vrouw of moeder gedaan worden. Maar een goede baggeraar, die van jongsaf aan in dit leven grootgebracht is, heeft er geen erg meer in, en wordt aan dit leven verslaafd. Veel zijn er, die van jongen van 14 jaar af op het bag- gerwerk geweest zijn en later op een fahriek gaan werken, omdat ze ook wel eens dagelijks thuis willen zijn; maar van de 100 gaan er zeker weer 95 naar het baggerwerk terug, want dagelijks thuiskomen van de fabriek of op gezette tijden uit Frankrijk of Engeland, dat is een groot ver schil. Wie nooit van huis gaat, komt ook nooit thuis. Nu krijgen we de kok nog, de beste man van de baggermolen, die toch de meeste standjes krijgt. Vroeger was dit een jongen, die voor het eerst meeging, dus een van 14 jaar, die voor de middag- pot zorgde. Als er weer zo'n nieuweling aan boord kwam, dan kon je wel weer iets bijzonders ver wachten. Deed de jongen het uit zichzelf goed, dan was er wel weer iemand van het overige per soneel die de zaak fout liet lopen, bijv. door tegen zo'n jongen te zeggen: die kroten of die wortelen kan je wel heel koken, zodat je deze groenten heel op je bord kreeg. Schrijver dezes heeft het meegemaakt, dat er eens sla met eieren gegeten zou worden, toen er iemand van het personeel tegen de kok gezegd had, dat er in de oven van het fornuis een plaat aangebracht was met ronde gaten; daar moet je de eieren maar inzetten, want dat is er speciaal voor. Het gevolg was natuurlijk, dat de eieren er allemaal geheel verkoold uitkwa men. Zo was er vroeger geregeld wat, maar zelden iets goeds. Tegenwoordig wordt dit werk door een volwassen persoon gedaan en komen derge lijke narigheden als bovengenoemd (waar men ook wel weer eens plezier in had) niet meer voor. A. K.

Gemeentearchief Schiedam - Krantenkijker

Het Zeskant | 1947 | | pagina 5