ook op het stookmechanisme, is de apparatuur daarvan
eveneens geplaatst in de machinekamer.
De ketelconstructie is zeer modern, ze wordt uitgevoerd
volgens de patenten nrs. 60625 en 61072 ten name van
L. Smit Zoon, waarbij de steekbouten die normaal tus
sen vlamkasten en achterfront en romp werden aange
bracht en die veelvuldig aanleiding tot lekkage en andere
narigheid gaven, zijn vervangen door andere constructies,
waarbij doorboring van de ketel- en vlamkastenwanden
vermeden werd.
Ter plaatse waar de rondgaande wand evenwijdig aan de
ketelwand loopt, zijn de vlamkasten over de gehele
breedte gegolfd en vrij van steunbouten.
De ketels worden, op de langsnaad der romp en de ver
binding vuurgang met voorfront na, geheel electrisch
gelast.
Hulpwerktuigen.
Naast de noodzakelijke en normale hulpwerktuigen wor
den in de machine-kamer nog twee kleinere stoommachi
nes geplaatst, waarvan een een dynamo, de andere de
pompen voor de hydraulische werktuigen en -klepbedie-
ningsapparatuur drijft.
Voorts is nog een dieselaggregaat aanwezig, dat dient om
y stilliggend schip, keukens, mechanische ventilatie en
verlichting te voorzien van de nodige energie, terwijl ook
nog een dynamo aanwezig is voor gebruik des nachts,
welke laatste dynamo naar keuze met stoommachine of
dieselmotor kan worden aangedreven. Ook wat deze uit
rusting betreft kan dus worden geconstateerd dat ook
hier in alle omstandigheden aan alle eisen kan worden
voldaan.
Baggerinstallatie
De schepen worden uitgerust met een zijzuigbuis voor
stationnair zuigen, waarbij dus het schip voor anker wordt
gelegd, de koppeling tussen hoofdmachine en schroef
wordt losgemaakt en de machine gekoppeld wordt aan de
baggerpomp, die aan het vooreind der machinekamer is
geplaatst.
De zuigbuis kan zoals bij schepen van dit type gebruike
lijk, geheel aan dek worden gelegd, zodat het schip bij
het meren en langszijkomen van andere schepen geen
moeilijkheden zal ondervinden.
De opgezogen specie kan op twee manieren worden ver
werkt. Ze kan hetzij in het eigen hopperruim worden ge
stort, hetzij in een langszij liggende bak worden geladen.
Een T-vormige bakkenlaadbuis is daarvoor aangebracht.
Deze werkwijze (die o.a. ook op de Schelde wordt ge
volgd) heeft voordelen zodra de afstand zeer groot wordt
die het schip moet varen, teneinde de stortplaats te be
reiken. Voorwaarde is echter dat het water betrekkelijk
kalm zal moeten zijn. Zelfs in geringe zeegang is het
werken met een bak langszij niet aan te bevelen.
In de perioden van het verwisselen van bak werkt de
zuiger door, doch stort zolang in eigen laadruim, totdat na
drie of vier bakken ook dit eigen ruim is gevuld; dan
stopt het baggeren; de ankers worden binnengehaald en
het schip vaart naar de stortplaats om zich zelf te ledigen.
Ook dit ledigen van het hopperruim kan op twee manie
ren worden volbracht.
Men kan n.I. met behulp van de bodemkleppen de specie
op een daartoe aangewezen plaats in zee storten of wel,
wanneer de specie geschikt is, ze uit het laadruim zuigen
en naar de wal persen voor het opspuiten van industrie
terreinen of dempen van moerassen.
Dergelijke plaatsen komen aan de benedenloop van de
Congo-rivier nog veelvuldig voor en zoals de heer
Claeyssens reeds in het artikel in Maart uiteenzette, zijn
dat broeinesten van muggen die de oorzaken zijn van
malaria en gele koorts.
Tegenwoordig worden de hopperzuigers als standaard uit
gevoerd met het van ouds bekende LSZ systeem met een
dubbel stel bodemkleppen.
Het kanaal tussen deze beide kleppenlagen wordt ge
bruikt om de grond uit het laadruim te zuigende boven
ste kleppen worden van voor naar achter geopend en de
INHOUD VAN HET ZESKANT
NOVEMBER 1949
Algemeen gedeelte
De twee Hopperzuigers blz. 82
Donzere Mondragon blz. 84
Foto's van de maand blz. 85
Tewaterlating Hopperzuiger CO. 36 blz. 85